Wat heb je nodig?

Natuurlijk heb je eerst zaden nodig. Deze kan je vinden in onze winkel, maar ook kan je sommige vruchten uit de winkel open snijden. Zaden van peper, paprika of tomaat uit de winkel doen het meestal erg goed!

Alle zaden bekijken

Daarnaast is het handig om iets te hebben waar je de zaden in kunt zaaien. Veel zal je namelijk binnen moeten voorzaaien, maar er is anders ook genoeg wat je direct buiten kunt zaaien op verschillende momenten.


propagator afbeelding

Kweekkasjes zijn handig voor in de vensterbank, maar kunnen ook buiten worden gebruikt. Het doorzichtige deksel heeft twee functies: het houd vocht binnen (kleine potjes en bakjes drogen snel uit), maar het houd ook warmte binnen. Zeker als de zon erop staat! Naast kweekkasjes zijn er ook propagators. Dat zijn iets luxere kweekkasjes en deze zijn vaak van betere kwaliteit. Er zijn warmtematten die je onder een propagator of kweekkasje legt, zodat deze verwarmd wordt. Ook zijn er propagators met ingebouwde verwarming, handig voor het opkweken van exotische plantjes.

Kweekkasjes bekijken

Zaaitrays zijn handig voor het grootschalig(er) opkweken van veel jonge plantjes. De trays kunnen soms binnen worden gebruikt met een onderbak, maar worden ook vaak buiten of in een kas gebruikt. De kleine vakjes drogen sneller uit omdat er geen deksel op zit, je zult dus vaker water moeten geven. Zonder deksel, is de zaaitray niet ideaal om warmte vast te houden. Ook heb je ruimte nodig om het grote aantal plantjes straks te kunnen planten.

Zaaitrays bekijken

zaaitray afbeelding
turfpotjes afbeelding

Turfpotjes hebben ééé heel groot voordeel: je hoeft plantjes niet meer uit het potje te halen, maar zet deze met pot en al in de grond. Het biologisch afbreekbare materiaal zal bij regen vanzelf vergaan in de grond. Turfpotjes drogen snel uit, vooral in de zon. Vaak worden turfpotjes in combinatie met zaaitrays of kweekkasjes gebruikt, door de strips in de zaaitray te zetten.

Turfpotjes bekijken

Vooral wie voor het eerst aan de slag gaat met de moestuin, zal dit een leuke manier vinden. Door vochtig keukenpapier op een schoteltje te leggen en daar de zaden weer op te leggen, zie je precies wanneer de zaden ontkiemen. De zaden zwellen op, er verschijnt een klein worteltje, de eerste groene kiemblaadjes, en dan is het tijd om het ontkiemde zaadje ergens in de grond te stoppen.

Ben je iemand die graag dingen opnieuw gebruikt in plaats van deze weg te gooien? Mooi, want dan ga je deze tip leuk vinden! Je kunt oude plastic verpakkingen, bijvoorbeeld plastic bakjes waar koekjes in hebben gezeten, uitstekend gebruiken om zaden in te zaaien. Vul de verpakking met zaai- en stekgrond of vermiculiet, zaai de zaden en wachten maar. Plastic hergebruiken is leuk!

Nee, dat is niet zo iets als volle melk. De volle grond betekend gewoon direct in de grond buiten. Dat is natuurlijk ook een manier om zaden te zaaien, maar dan moet het buiten wel warm genoeg zijn. Ook liggen er buiten veel meer gevaren op de loer. Muizen, eekhoorns en vogels die je zaden of jonge plantjes opeten, bijvoorbeeld. Begin maar niet over de grote hoeveelheid naaktslakken die buiten wachten op een lekkere maaltijd. Ook het weer kan opeens omslaan. Wees vooral voorzichtig in het vroege voorjaar, gezien het zomaar opeens kan gaan vriezen.


Vergeet niet om je zaaitrays, kweekkasjes, turfpotjes en dergelijke te voorzien van een naamkaartje, anders weet je straks niet meer wat je hebt gezaaid.

Zaailabels bekijken


Zaai- en oogsttijd

Wanneer zaaien en oogsten?
In één oogopslag zien waar en wanneer je kunt zaaien, wat de behoeften van je plant zijn en meer? Dat kan met onze handige zaaikalender. De meest complete zaaikalender vind je hier:


Waar let je op?

Warmte
De temperatuur is misschien wel de belangrijkste reden voor zaden om wel of niet te kiemen. Vooral wanneer het te koud is kan je het vaak wel vergeten. De juiste temperatuur hangt af van het soort plantje dat je wilt gaan zaaien.

Vocht
Zorg dat de plek waar je het zaadje zaait, in aarde of op keukenpapier, goed vochtig is en blijft. Let ook goed op dat het niet te nat wordt, dan kunnen de zaden namelijk gaan rotten. Dat is natuurlijk zonde en dat wil je voorkomen!

Licht
Wanneer de eerste blaadjes zichtbaar zijn is licht erg belangrijk. Is er niet genoeg licht? Dan krijg je hele lange kiemplantjes die makkelijk omvallen. Bij voldoende licht blijven de plantjes enigszins compact en groeien ze makkelijk.

Zaaitijd
Je plantjes hebben natuurlijk wel genoeg tijd nodig om te groeien. Een korte zomer is voor sommige niet voldoende. Daarom moet je soms vroeg in het jaar beginnen, maar gelukkig kan je later in het jaar ook nog veel zaaien!

De zaaitijd, planttijd of oogsttijd en nog veel meer, zie je in één oogopslag in onze handige zaaikalender.


Wat ga je zaaien?

Kou-bestendig plantje
Plantjes die goed tegen kou kunnen zijn bijvoorbeeld spinazie, peulen of kapucijners en tuinbonen. Deze kan je vaak al vroeg buiten zaaien, maar zaai je toch binnen? Kies dan een koele ruimte waar het 10-15 graden celcius is (en blijft). Deze plantjes groeien vaak minder goed bij erg warm weer.

"Tussen" plantje
Er zijn planten die goed tegen kou kunnen, maar die alleen wat warmte nodig hebben om te kiemen. Broccoli, bloemkool en andere koolsoorten bijvoorbeeld. Zaai ze binnen (als je vroeg in het voorjaar zaait) bij ongeveer 10-15 graden celcius en plant ze daarna buiten. Bij warm weer kan je ze direct buiten zaaien of alleen binnen laten ontkiemen.

Exotisch plantje
Een exotisch plantje mag pas halverwege de maand mei naar buiten of nog beter, in de kweekkas. Exoten kweek je dus altijd binnen voor. Je plant ze op een warme en zonnige plaats. Voorbeelden van exotische plantjes zijn meloen en komkommers, maar ook paprika of peper en tomaat. Vaak is ten minste 20 graden celcius nodig.

Hoe (ver)plant je plantjes?

Planten hebben de ruimte nodig om te groeien. Sommigen kunnen erg dicht op elkaar staan, anderen totaal niet. Er is nogal wat waar je op dient te letten als je plantjes gaat planten.


Soms staat een plant niet helemaal op de juiste plek. Dan wil je deze verplaatsen naar een plek waar deze wel goed staat. Vaak is het dan nodig om de plant te snoeien, want deze verliest bij het uitgraven zeer waarschijnlijk wat wortels. Veel planten kunnen niet worden verplant.

Soms wordt een pot te klein voor de plant die erin staat. Of eigenlijk andersom, de plant wordt te groot voor de pot waar die in staat. In dat geval is het nodig om je plant te verpotten. Je haalt de kluit uit de pot en stopt deze in een nieuwe pot. Let daarbij goed op dat je de wortels niet beschadigd, maar propeer deze tegelijkertijd ook een beetje uit elkaar te halen. Verpotten is soms nodig als je merkt dat je plant niet meer goed groeit in de pot waar die in staat.

Heb je meerdere zaden in het zelfde bakje gezaaid, zijn deze opgekomen en wil je deze ieder in een eigen potje stoppen? Dan heet het opeens verspenen. Je zet ieder jong plantje in een eigen potje met meer ruimte om verder te groeien.

Houd bij het planten altijd rekening met de standplaats en grondsoort. Sommige planten houden van vochtige en voedzame grond, anderen staan liefst op zandgrond met weinig voeding. Het is ook belangrijk om te weten of je plant veel of juist wat minder behoefte heeft aan licht. Sommige planten staan in de halfschaduw goed genoeg, terwijl anderen juist de hele dag in de zon willen staan.


Let altijd goed op dat je de wortels van je (jonge) plantjes niet beschadigd. Stukgetrokken wortels leiden tot een plant die niet meer (goed) verder kan groeien, omdat deze geen voedingsstoffen meer op kan nemen. Je kunt natuurlijk een grote kluit wat kleiner "snoeien", maar haal dan ongeveer evenveel boven de grond weg (takken, etc.) als dat je onder de grond weg haalt (wortels).


Wisselteelt en combinatieteelt

Goede en slechte buren
Wil je wisselteelt en combinatieteelt gebruiken voor je moestuin? Het is sterk aan te raden voor de biodiversiteit en het voorkomen van schimmels, ziektes en plagen bij planten. In onze handige zaaikalender vind je onder andere de voor- en nateelt (vruchtwisseling/wisselteelt) per plant, maar ook goede en slechte buren van je favoriete planten.


Wisselteelt

Houd bij voorkeur een vruchtwisseling van ten minste 4 jaar aan. Dat wil zeggen dat je het zelfde gewas maar eens in de 4 jaar op het zelfde stuk grond kweekt. Met wisselteelt zorg je voor sterkere en gezondere planten met een hogere opbrengst en betere kwaliteit. Dat doe je door niet te vaak het zelfde gewas op het zelfde stuk grond te zetten, maar ook door bepaalde gewassen voor of na elkaar te kweken. De gewassen geven je een hogere opbrengst en zijn van betere kwaliteit. Hieronder lees je waarom gewassen met wisselteelt sterker en gezonder worden. Wisselteelt:

  • Voorkomt ziektes
    Sommige ziektes verspreiden zich makkelijk bij bepaalde soorten onderling. Door de soorten die je kweekt af te wisselen, voorkom je deze onderlinge verspreiding van deze ziektes.

  • Voorkomt schimmels
    Net als het hierboven genoemde, verspreiden sommige schimmels zich goed bij bepaalde soorten onderling. Een voorbeeld hiervan is knolvoet, vooral berucht bij koolgewassen.

  • Verdeelt voeding
    Wanneer je twee keer het zelfde gewas teelt, raken bepaalde voedingsstoffen sneller uitgeput. Door hierin af te wisselen zorg je voor voldoende voedingsstoffen voor ieder gewas.

  • Doorlaatbare bodem
    Sommige gewassen maken veel of diepe wortels. Deze gewassen wroeten door de grond en maken deze beter doorlaatbaar. Dat is weer goed voor het volgende gewas in de wisselteelt.

  • Betere weerstand
    Mede door bovengenoemde voordelen zijn de gewassen sterker, gezonder en minder vatbaar voor plagen. Dat zorgt weer voor een kwalitatief betere oogst met een hogere opbrengst.

  • Makkelijk onderhoud
    Omdat je gewassen met de zelfde behoeften bij elkaar zet, kan je gerust de zelfde voeding aan het hele vak geven. Alle planten in het vak hebben immers de zelfde behoeften.

De onderstaande volgorde wordt gebruikt voor wisselteelt in de moestuin:



koolgewassen koolsoorten kolen

1. Koolgewassen

Gebruiken veel voeding (algemeen).

bladgewassen bladgroenten salade

2. Bladgewassen

Voornamelijk stikstof is belangrijk.

vruchtgroenten vruchtgewassen kleinfruit fruit

3. Vruchtgewassen

Voornamelijk kalium is belangrijk.

wortelgewassen knolgewassen knollen bollen

4. Wortelgewassen

Luchtige bodem is een vereiste.

aardappelen aardappelsoorten

5. Aardappelen

Hebben liever niet te veel stikstof.

peulgewassen peulen bonen

6. Peulgewassen

Groeien goed op armere grond.

vruchtwisseling wisselteelt schema afbeelding

Combinatieteelt

Natuurlijk draagt combinatieteelt daar evengoed aan mee, al werkt dat net iets anders dan wisselteelt. Combinatieteelt gaat over de gewassen die je in de buurt van andere gewassen zet. Combinatieteelt:

  • Voorkomt ziektes
    Sommige ziektes verspreiden zich makkelijk bij bepaalde soorten onderling. Net als bij wisselteelt, kan je dus zorgen dat bepaalde gewassen niet bij elkaar in de buurt staan.

  • Voorkomt schimmels
    Net als het hierboven genoemde, verspreiden sommige schimmels zich goed bij bepaalde soorten onderling. Een voorbeeld hiervan is knolvoet, vooral berucht bij koolgewassen.

  • Verjaagt ongedierte
    Sommige planten schrikken bepaalde dieren af. Muggen houden niet van op citroen lijkende geurtjes en katten houden niet van look. Op die manier verjaag je ongedierte.

  • Voeding verdelen
    Door gewassen naast elkaar te zetten met verschillende voedingsbehoeften, zorg je dat de bodem minder snel raakt uitgeput. De voedingsstoffen worden eerlijk verdeeld.

  • Meer biodiversiteit
    Het behouden van de biodiversiteit is misschien wel het grootste voordeel van combinatieteelt. Door variatie in de gewassen creëer je een eigen plekje voor ieder (nuttig) organisme.


Waar let je op?

Wisselteelt
Heb je hiervoor de zelfde plant op het zelfde stukje grond gezet? Zet deze plant daar dan nu niet neer! Het toepassen van wisselteelt heeft veel voordelen. Je voorkomt dat ziektes en schimmels zich tussen je planten verspreiden, door af te wisselen in de planten die je kweekt. Ook zorg je dat een bepaalde voedingsstof in de bodem niet raakt uitgeput. De afwisseling zorgt dat verschillende voedingsstoffen afwisselend worden opgemaakt en weer kunnen worden aangevuld.



Combinatieteelt
Door rekening te houden met goede en slechte buren van planten, creëer je een prettige omgeving voor je planten. Sommige planten versterken elkaar, anderen juist niet. Door het gebruik van combinatieteelt zorg je dat het ene plantje bijvoorbeeld bladluis wegjaagt welke dol zijn op de plant die ernaast staat. Combinatieteelt zorgt voor meer biodiversiteit, waardoor je moestuin gevuld wordt met insecten en hun natuurlijke vijanden, en er voldoende bestuivers zijn voor je vruchtgewassen.



Standplaats
Hoeveel licht heeft je plant nodig? Als een plant graag in de volle zon staat, kies dan een plek waar de hele dag de zon schijnt. In de halfschaduw groeien sommige planten ook goed. Het hoeft dan niet de hele dag zonnig te zijn, maar zorg wel voor voldoende licht voor het plantje. Sommige planten staan graag beschut. Zorg in dit geval dat de wind niet zo snel vat krijgt op de plant, en dat er eventueel wat planten omheen staan die deze beschermen tegen weersinvloeden.

Grondsoorten
De grondsoort is bepalend voor een goede groei van je plant. Sommige planten groeien slecht of helemaal niet op arme zandgrond. Andere planten houden weer niet van de absorberende, vochtige en voedzame, dikke klei. Kies de juiste plek uit. Wil je plant een droge, zanderige grond of juist een voedzame, matig vochtige bodem? Houd daar ook rekening mee bij het water geven. Zandgrond is namelijk sneller opgedroogd en voedingsstoffen spoelen snel weg. Kleigrond blijft lang (soms te lang) vochtig en absorbeert ook veel voedingsstoffen.

Temperatuur
Geen enkele plant houd ervan om in de vrieskou te worden neergezet. Ongeacht het soort plant, zet deze altijd pas in de grond als het niet (meer) vriest. Zorg ervoor dat de plant die je kiest goed op de plek kan staan. Is de temperatuur buiten op deze plek goed, ook later in het jaar als de plant verder is gegroeid? Perfect!

Al het bovenstaande kan je per plant bekijken in onze handige zaaikalender. Je ziet in één oogopslag de standplaats, waterbehoefte, voor- of nateelt en goede of slechte buren.

Wat is standplaats?

De plek waar een plant staat wordt de standplaats genoemd. Vaak wordt er met de standplaats vooral de lichtbehoefte bedoeld, maar de standplaats omvat nog veel meer dan alleen of een plant in de volle zon of halfschaduw het beste staat. Ook de grondsoort, de doorlaatbaarheid van de bodem en nog veel meer hebben invloed op de standplaats voor de plant.


Hoeveel licht de plant krijgt is ontzettend belangrijk. Sommige planten doen het prima in de halfschaduw, maar in de volle zon rijpen de meeste bessen en vruchten goed af. Bepaal hoeveel zonlicht je je plant gedurende de dag geeft. Zet je plant op een plek die genoeg zonlicht heeft, niet alleen 's ochtends maar ook in de namiddag.

De temperatuur is voor heel veel planten de meest bepalende factur. Het is bepalend voor de plant of deze wel of niet zal groeien, voor zaden of deze wel of niet zullen ontkiemen en nog veel meer. De temperatuur is dus zeker niet iets om te onderschatten. Er zijn veel planten die overigens prima bij kouder weer groeien of zelfs tegen strenge vorst bestand zijn.

Hoeveel vocht er in de bodem zit is een belangrijk onderdeel van de standplaats. Sommige planten, zoals lavendel, tijm, rozemarijn en salie, staan graag droog en op armere zandgrond. Andere planten zoals broccoli, bloemkool of veel bladgewassen, moeten licht of matig vochtig blijven staan. De vochthuishouding van de bodem kan worden verbeterd met vermiculiet, dat vocht absorbeert en langzaam loslaat. Ook hydrokorrels dragen daar aan bij. Hydrokorrels worden vaak op de bodem in potten gelegd om te zorgen dat water goed weg kan uit de pot. Er zijn nog meer manieren om de vochthuishouding van de bodem te verbeteren. Zo wordt perliet gebruikt voor planten die niet graag vochtig staan, vermiculiet juist voor planten die wel vochtig mogen staan.

Structuurverbeteraars bekijken

De grondsoort is verantwoordelijk voor veel andere omgevingsfactoren die met de bodem te maken hebben. Zandgrond heeft een goede afwatering maar droogt hierdoor dus ook snel uit. Voedingsstoffen spoelen snel weg. Kleigrond is het tegenovergestelde, het houd juist veel voedingsstoffen en vocht vast. De grond blijft veel langer, soms te lang, vochtig. Voor sommige planten is dit ideaal.

Zaai- en stekgrond bekijken

Grond met een zachte structuur is goed doorlaatbaar. Een goede doorlaatbaarheid betekend dat de plant makkelijk kan wortelen in de grond. Niet alle planten zijn sterk genoeg om door de vette klei te wroeten. Voor hen is een goede doorlaatbaarheid echt heel belangrijk. Andere planten, bomen, struiken, hebben sterke wortels en hebben die goede doorlaatbaarheid niet zo hard nodig. De doorlaatbaarheid kan worden verbeterd op verschillende manieren. Een goede doorlaatbaarheid kan je creëren door vermiculiet toe te voegen aan de bodem. Evenals hydrokorrels, welke iets groter zijn en beter geschikt zijn voor grotere potten en bakken.

Structuurverbeteraars bekijken

De structuur van de bodem wordt vaak aangegeven met humus. De bodem is luchtig en doorlaatbaar, rijk aan zuurstof en veerkrachtig. Je kunt de humus verbeteren door compost aan de bodem toe te voegen. (Deels) verteerd plantenmateriaal zorgt voor deze eigenschap in de grond. Sommige planten groeien goed bij veel humus.

Hoeveel voeding zit er in de bodem? Zandgronden zijn vaak wat armer, zoals genoemd bij het stukje over de grondsoort. Staat er dan een plant die wat meer voeding nodig heeft, dan zal je zeer regelmatig moeten bijvoeden. Voeding voor planten is belangrijk, ongeacht op welke plaats ze staan. Sommige planten hebben alleen minder nodig, of juist meer, dan andere planten.

Plantenvoeding bekijken

Beschutting is voor sommige planten belangrijk. Bescherming tegen wind en tegen de zon op het heetst van de dag. Je kunt meer beschutting bieden door een hekwerk of (nog leuker) wat hogere planten er omheen te zetten (om de plant die meer beschutting nodig heeft).



Standplaats bekijken

Waar zet je je plant neer?
In onze handige zaaikalender zie je direct waar je plant op z'n best staat: in welke grondsoort, hoe vochtig de grond moet zijn en hoeveel zonlicht de plant het liefste krijgt op een gemiddelde dag.


Waar let je op?

Licht
Geef je plant voldoende licht door goed te kijken hoe de zon staat gedurende de dag. Hoe veel uren licht krijgt de plek waar je je plant wilt neerzetten? Een plant die in de volle zon prettig staat heeft de hele dag zonlicht nodig, van de ochtend tot en met de avond. Een plant die graag in de halfschaduw staat neemt ook met iets minder genoegen.

Water
Hoeveel vocht heeft je plant nodig? Geef aan de hand hiervan meer of minder water. De grondsoort kan bepalend zijn bij hoeveel vocht je plant krijgt. Sommige grondsoorten spoelen snel uit en drogen snel op.

Grond
Op welke grond zet je je plant? Is (arme) zandgrond belangrijk voor je plant, of groeit deze beter op vette klei met veel voedingsstoffen? Heeft de bodem veel humus, is deze luchtig en doorlaatbaar of juist niet?

Voeding
Je kunt een plant met veel behoefte aan voeding, extra voeding geven gedurende de groei. Dit is sterk aan te raden bij koolsoorten. Broccoli, bloemkool, boerenkool en spruitjes zijn enkele voorbeelden hiervan.

Temperatuur
Als laatste, maar eigenlijk één van de meest belangrijke facturen, dat is de temperatuur. Exotische plantjes zet je niet eerder dan half mei buiten of in de kas. De meeste inheemse soorten kunnen al eerder naar buiten.


Welke standplaats?

In onze zaaikalender spreken we van 3 standplaatsen als het gaat om licht.

Volle zon
Je plant in de volle zon krijgt de hele dag door, van de vroege ochtend tot en met de avond, de volle lading onverhinderd zonlicht.

Halfschaduw
Je plant neemt ook genoegen met minder dan de hele dag zonlicht. Voor sommige planten is dit beter, zoals koriander die erg gevoelig is voor te sterk zonlicht en hoge temperaturen.

Schaduwrijk
Er zijn ook planten die goed bij veel schaduw groeien. Op een schaduwrijke plek groeien onder andere aardappelen en wortelen erg goed, beter dan de meeste andere gewassen.

Hoeveel water geef je?

Naast te weinig water, is ook te veel water een van de meest gemaakte fouten bij het water geven van je planten. Waak ervoor dat je alle problemen bij planten op probeert te lossen door meer water te geven. Veel problemen bij planten hebben juist een andere oorzaak. Let goed op dat je water nooit over het blad giet als de zon erop schijnt, dan kan het blad namelijk verbranden.


Als je kan kiezen tussen regenwater of kraanwater, kies dan altijd regenwater. Dit is rijk aan mineralen. Daarnaast wordt regenwater door de plant van nature gezuiverd. Kraanwater bevat doorgaans veel kalk, tenzij je hier een speciaal filter voor hebt geïnstalleerd natuurlijk. Water met kalk maakt de bodem alkalisch. Voor bepaalde planten die van een zure grond houden is dit niet ideaal.

Voor het water geven van kleine, jonge plantjes in een zaaitray of mini kweekkasje in de vensterbank, is het water geven met een drukspuit ideaal. De fijne nevel zal de plantjes niet zo snel stuk sproeien en je kunt er veel makkelijker mee richten. Handig als je een groot aantal van die kleine vakjes in de zaaitray water moet geven.

Drukspuiten bekijken

drukspuit illustratie
gieter illustratie

Een gieter kan goed van pas komen bij het water geven in grote potten en bakken. Let er wel op dat bij het water geven van boven, voedingsstoffen sneller uit de bodem worden gespoeld. Vooral bij potten en bakken is dit het geval. Buiten dat is het water geven met een gieter ideaal voor kleinere moestuinen. Je moet er natuurlijk niet aan denken om een paar hectare grond de bevloeien met een gieter.

Gieters bekijken

Wees voorzichtig met die tuinslang als je jonge plantjes hebt staan! Een tuinslang heeft doorgaans een erg harde straal en een foutje is zo gemaakt. Gebruik de zachte broes stand als de sproeikop dit kan, en verstel zo nodig ook de sterkte van de straal. De tuinslang is wel weer erg handig voor iets grotere stukken grond.

Tuinslangen bekijken

Sproeiers zijn niet alleen handig voor gazons, ook grote stukken grond met een zelfde gewas daarop hebben veel baat bij een sproeier of sprinklerinstallatie. Je bepaalt precies hoeveel en hoe lang de sproeier aan staat.

Sproeiers bekijken

Op naar volledige automatisering? Een irrigatiesysteem is een goede start. Je kunt grote hoeveelheden planten tegelijk water geven door middel van een druppelslang die langs de planten loopt. Zo wel in potten en bakken als in de volle grond of de tuinkas is dit erg handig. Zo lang je maar niet te vaak de planten van plek wisselt, want dan moet je het systeem weer opnieuw in gaan richten.

Irrigatiesystemen bekijken


Waterbehoefte bekijken

Hoeveel water geef ik mijn plant?
In één oogopslag zie je de waterbehoefte van je favoriete planten. Onze handige zaaikalender laat je zien hoe veel water je plant nodig heeft, en meer...


Problemen bij planten

Waar heeft mijn plant last van?
We hebben een probleemoplosser gemaakt waarmee je kunt achterhalen wat er mis is met je plant. Je geeft aan wat je is opgevallen en de probleemoplosser laat een mogelijke oorzaak zien. Je leest direct wat je kunt doen om het probleem op te lossen of te voorkomen.


Waar let je op?

Potten en bakken
Een plantenpot of plantenbak droogt sneller op, zeker wanneer de zon erop staat. Ze zijn praktisch en je kunt je planten makkelijk verplaatsen, maar let er extra op dat je genoeg water geeft. Kijk er net iets vaker naar.

Zon en schaduw
Logisch maar zeker het noemen waard: in de zon droogt alles natuurlijk sneller op dan in de schaduw. Het is erg voor de hand liggend, maar let daar dus extra op bij het water geven van je planten.

Altijd doseren
Je kunt over het algemeen (niet altijd) beter meerdere keren een beetje water geven, dan in één keer heel veel. Al vinden sommige (tropische) plantjes het fijn om in één keer veel water te krijgen.

Regelmaat
Geef met regelmaat water. Het is hierdoor makkelijker te onthouden wat je water hebt gegeven en wanneer. Doe dit bij voorkeur in de ochtend of avond, wanneer de zon nog niet direct op het blad schijnt. Het water verdampt niet direct wanneer je vroeg of laat op de dag water geeft. Loop iedere dag eens langs alle planten. Sla de planten over waarbij de grond nog vochtig is en geef die de volgende dag weer water.

Herkennen
Wanneer het tijd is om water te geven hangt af van het soort plant. Sommige planten kunnen heel goed droog staan, maar voor de rest geldt het volgende: Druk je vinger in de aarde. Blijft er aarde plakken en voelt het vochtig? Sla de plant dan nog even over. Voelt het droog en plakt het niet? Geef dan weer eens water.

Niet op blad!
Let er altijd extra goed op dat je geen water geeft over het blad van je plant heen. Druppels werken als een soort vergrootglas. Wanneer de zon erop schijnt zal het blad snel verbranden.

Welke voeding heb ik nodig?

Ook planten hebben een voedzame maaltijd nodig. Dan wel in de vorm van sporenelementen, kleine deeltjes die de plant opslaat, gebruikt, verwerkt en omzet in andere stofjes. De meest bekende stofjes zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K), welke samen de bekende letters NPK vormen. Afhankelijk van wat je plant nodig heeft, zijn er verschillende meststoffen verkrijgbaar. Deze hebben dan meer van het ene stofje of juist meer van het andere, en zijn sterker of minder geconcentreerd. Er bestaat vloeibare voeding, mest in korrelvorm of verse mest van de landerijen.


Bloedmeel is een mestvoeding die rijk is aan stikstof. Deze wordt vooral voor bladgewassen veel gebruikt, voor de vorming van grote, mooie en groene bladeren, maar ook bij planten die last hebben van problemen met het blad.

Bloedmeel bekijken

Beendermeel is een mestvoeding die rijk is aan fosfaat. Deze wordt vooral gebruikt voor vruchtgewassen en planten waarbij problemen zijn ontstaan bij de wortels. De meststof stimuleert de vorming van wortels bij alle planten.

Beendermeel bekijken

Vinassekali is slechts één van de meststoffen die rijk is aan kalium. Kalium versterkt planten en draagt bij aan een betere weerstand, ook tegen warmte en kou. Planten kunnen zich beter weren tegen schimmels, ziektes en plagen.

Kaliumvoeding bekijken

Lavameel is een veelzijdige voeding voor planten. Naast het verbeteren van de weerstand tegen ziektes, schimmels en plagen, zorgt lavameel voor een verbeterde structuur van de bodem. Lavameel maakt de bodem extra voedzaam.

Lavameel bekijken

Koemestkorrel is een mestvoeding die de bodem niet alleen voedzaam maakt, maar ook bijdraagt aan een betere structuur. De bodem wordt luchtiger, doorlaatbaarder en voedzamer dankzij de hoeveelheid organisch materiaal (voornamelijk stikstof) in dit soort mestvoeding.

Het is niet altijd goed om verse mest te gebruiken. Het beste kun je dit van tevoren onderwerken in de bodem. Verse mest is namelijk erg scherp. Het kan gebeuren dat planten hierdoor last krijgen van verbranding door mestvoeding. Het blad kleurt dan bruin en dit heeft grote gevolgen voor de plant. Een te sterke bemesting is nooit goed voor planten. Verse mest onderwerken kan bijvoorbeeld in de winter, wanneer stukken grond kaal en leeg zijn, zodat de bodem klaar voor gebruik is in het voorjaar. Het voordeel van verse mest is dat dit rijk is aan direct werkende organische stoffen.

Mestkorrels in verpakking uit de winkel hebben een heel groot voordeel. De meeste zijn namelijk langwerkend. De planten hebben er dus langer profijt van, maar mestkorrels laten de stoffen tevens langzaam los. Dit betekend dat de kans op verbranding door een te scherpe mest minimaal is. Meststoffen in korrelvorm werken het beste als deze licht worden ingeharkt na het strooien.

Mestkorrelvoeding bekijken

Er zijn diverse soorten vloeibare voeding voor planten. Deze kan je eenvoudig mengen met water, bijvoorbeeld in een gieter. De meststoffen mag je nooit direct geven, daar zijn deze te geconcentreerd voor en je riskeert verbranding bij de plant door te scherpe voeding. Vloeibare mestvoeding verdun je dus altijd. Het voordeel van vloeibare mestvoeding is dat deze altijd direct werkt. De stoffen spoelen direct door de bodem en langs de wortels van je planten.

Vloeibare voeding bekijken


Problemen bij planten

Waar heeft mijn plant last van?
We hebben een probleemoplosser gemaakt waarmee je kunt achterhalen wat er mis is met je plant. Je geeft aan wat je is opgevallen en de probleemoplosser laat een mogelijke oorzaak zien. Je leest direct wat je kunt doen om het probleem op te lossen of te voorkomen.


Waar let je op?

NPK voeding
Ieder plantensoort heeft weer een andere behoefte. Bekijk per plant welke voeding voor deze plant geschikt is. Er zijn algemene meststoffen voor de moestuin, maar je kunt ook specifieke mestvoeding kopen voor je planten. Bladgewassen geef je meer stikstof, vruchtgewassen geef je (meestal) meer kalium. Geef zeker bij vloeibare mestvoeding niet te veel.

Hoeveelheid
Vooral wie pas is begonnen, heeft de neiging om heel veel mestvoeding te geven. Dan groeit de plant extra goed, toch? Maar niets is minder waar, want te veel mestvoeding kan juist tegen je gaan werken. Een te veel van een bepaalde stof kan soms net zo erg zijn als een te kort aan deze stof.

Gelijkmatig
Strooi korrelvoeding gelijkmatig uit, geef de zelfde soort planten evenveel water (met vloeibare voeding) en houd je aan de hoeveelheid die op de verpakking staat aangegeven. Hiermee voorkom je onverwachte en onaangename verrassingen, zoals verbranding door een te scherpe mestvoeding bijvoorbeeld.

Wanneer kan ik oogsten?

Ook planten hebben een voedzame maaltijd nodig. Dan wel in de vorm van sporenelementen, kleine deeltjes die de plant opslaat, gebruikt, verwerkt en omzet in andere stofjes. De meest bekende stofjes zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K), welke samen de bekende letters NPK vormen. Afhankelijk van wat je plant nodig heeft, zijn er verschillende meststoffen verkrijgbaar. Deze hebben dan meer van het ene stofje of juist meer van het andere, en zijn sterker of minder geconcentreerd. Er bestaat vloeibare voeding, mest in korrelvorm of verse mest van de landerijen.


Het lijkt overbodig, maar je kunt veel beschadigen als je de vruchten zo van de plant af trekt. Het beste is om daar speciaal oogstgereedschap voor te gebruiken, zoals een oogstschaartje. Daarmee knip je de steel van de vrucht door en trek je geen andere delen van de plant stuk.

Oogstscharen bekijken

Weet wanneer je planten oogstklaar zijn! Je kunt in de zaaikalender zien wanneer je een plant ongeveer kunt oogsten. Super handig, maar alleen de maand weten is niet voldoende. De kleur van een vrucht zegt veel, maar sommige vruchten oogst je juist jong, denk aan peulen en komkommers. De kleur zegt dus ook niet alles. Soms kan je zelf bepalen wanneer je oogst, zoals bij diverse sla soorten of sommige koolsoorten. Je kunt dan namelijk gedurende de groei blaadjes plukken die je nodig hebt, terwijl de plant verder groeit. Sommige vruchten kun je goed oogsten als deze nog niet (helemaal) rijp zijn, omdat deze narijpen op de fruitschaal. Bekijk goed per plant wanneer je kunt oogsten, maar ook hoe je kunt oogsten.

Wanneer je van de plant eet, is de gezondheid van die plant extra belangrijk. Je eet min of meer wat je aan de plant geeft. Om die reden probeer je bestrijdingsmiddelen altijd te vermijden. Als je ze toch gebruikt, kies dan voor biologische middelen die minder slecht zijn voor mens en dier. Geef je plant organische voeding, natuurlijke meststoffen en biologisch materiaal. Zorg ervoor dat de plant een goede weerstand heeft, op de juiste plek staat en het naar de zin heeft. Op die manier wordt je plant gezond en sterk, en wat je ervan oogst dus ook. Je zal het verschil merken in de smaak van je oogst, maar het is natuurlijk ook goed voor je eigen gezondheid.

Plantenvoeding bekijken

Wanneer je van de plant eet, is de gezondheid van die plant extra belangrijk. Je eet min of meer wat je aan de plant geeft. Om die reden probeer je bestrijdingsmiddelen altijd te vermijden. Als je ze toch gebruikt, kies dan voor biologische middelen die minder slecht zijn voor mens en dier. Geef je plant organische voeding, natuurlijke meststoffen en biologisch materiaal. Zorg ervoor dat de plant een goede weerstand heeft, op de juiste plek staat en het naar de zin heeft. Op die manier wordt je plant gezond en sterk, en wat je ervan oogst dus ook. Je zal het verschil merken in de smaak van je oogst, maar het is natuurlijk ook goed voor je eigen gezondheid.

Het is belangrijk om rekening te houden met de zaaitijd van een gewas, want dit is bepalend voor een goede oogst. Zaai je op het verkeerde moment? Dan kan de oogst wel eens tegenvallen, of in het ergste geval compleet uit blijven. Je planten hebben genoeg tijd nodig om te groeien voor zij vruchten kunnen geven, voor de knol voldoende is gegroeid of voor het blad groot genoeg is.

Voor sommige planten, zoals tomaten, is ons hoogseizoen beperkt. Na enige tijd zullen er nog wel vruchten komen, maar deze zullen helaas niet meer afrijpen. Dat is niets om je zorgen over te maken, ons seizoen is gewoon te kort voor deze planten. De laatste vruchten kan je dan niet meer oogsten. Soms kan je de plant nog wel overwinteren, zodat je volgend jaar eerder kunt oogsten van de tweedejaars plant. Andere planten haal je het beste weg.

Heel veel planten kan je na de oogst gewoon op de composthoop gooien. Deze verteren dan en zijn volgend jaar voeding voor andere planten. Niet alle planten zijn even geschikt om te oogsten. Is de plant ziek geweest of nog steeds ziek? Gooi deze dan niet op de composthoop. Hiermee voorkom je verspreiding van de ziektes naar de planten die volgend jaar groeien op deze compost. Ook als je plant onder het ongedierte zit, zoals bladluis, is het beter om deze niet op de composthoop te gooien. Je kunt niet alle ziektes en plagen voorkomen, maar op deze manier beperk je de verspreiding ervan.

Er zijn leuke recepten te vinden, of manieren om je oogst te verwerken tot iets anders. Op onze website vind je enkele leuke tips voor het verwerken van je oogst, maar ook op andere sites is leuke informatie te vinden over wat je met je oogst kunt doen. Denk maar niet dat als je een tomaat oogst, dat dit het dan is. Je kunt er namelijk nog veel meer mee dan alleen rauw eten!


Oogstperiode per plant

Wanneer kan ik oogsten?
In onze handige zaaikalender zie je naast de zaaitijd en planttijd, ook de oogstperiode per plant. In één oogopslag, eenvoudig in één overzicht.


Waar let je op?

Schimmel
Vruchten, vooral bij gewassen die daar gevoelig zijn (zoals tomaten), kunnen gaan schimmelen. Controleer de vruchten tijdens het oogsten op schimmel, en gooi beschimmelde vruchten direct weg. Gooi deze dan niet op de composthoop.

Oogstschaar
Trek geen andere delen van de plant mee als de plant in leven moet blijven na de oogst. Je kunt de plant beschadigen wanneer je vruchten van de plant af trekt. Je kunt het beste een oogstschaartje gebruiken.

Kleuren
Veel vruchten, enkele uitzonderingen daar gelaten, zijn rijp als ze een bepaalde kleur hebben. Tomaten worden rood, sommige soorten worden geel. Komkommers oogst je groen, als je ze te lang laat hangen worden ze geel. Pompoenen oogst je meestal oranje. De kleur zegt meestal heel veel over de rijpheid van een vrucht. Sommige vruchten hebben verschillende rassen of soorten, die een andere kleur krijgen die afwijkt.

Ongedierte
Niets erger dan een hap nemen uit een appel, om vervolgens te worden opgeschrikt door een worm in je appel. Controleer je vruchten altijd goed op ongedierte, dan voorkom je een onaangename verrassing.

Wassen
Ook al gebruik je misschien geen bestrijdinsmiddelen, je doet er altijd goed aan om je oogst eerst goed af te spoelen. Hiermee verwijder je eventueel achtergebleven kleine beestjes, resten van andere planten, stuifmeel en wat je allemaal nog meer kunt bedenken wat er op je oogst zou kunnen zitten.

Bewaren
Niet al je oogst is lang te bewaren. Sommige producten kunnen rechtstreeks van de plant maar enkele dagen bewaard blijven, of blijven langer goed in de koeling. Zorg dat je weet hoe lang je oogst ongeveer te bewaren is.

Beschermen
Hangen er bessen in de bessenstruik, frambozen of bramen, of appels en peren in je boompje? Lekker! Maar je bent niet de enige die ervan wil eten. Je doet er goed aan om insectengaas te plaatsen over planten waar geen insecten bij mogen komen. Of een blauw vogelnet over de struiken en bomen waar vruchten aan hangen. Daarmee voorkom je vraat door ongedierte.

Genieten
Geniet van de verse oogst uit eigen tuin. Het is niet te vergelijken met wat je in de winkel koopt, zo wordt er vaak geroepen. Dat klopt helemaal, het verschil proef je gewoon. Er is ècht niets lekkerder dan een oogst waar je zelf tijd en energie in hebt gestoken. Je harde werk wordt door de natuur beloond.

Waarom snoeien?

Je snoeit om verschillende redenen. Niet bij alle planten is het nodig om deze te snoeien. Meestal wil je de boom of struik in vorm houden. Je kunt ook snoeien om dode delen van de plant te verwijderen, maar er zijn nog meer redenen. Het snoeien van sommige bomen en struiken zal nieuwe groei bevorderen. Oude takken verwijder je om ruimte te maken voor jonge takken, zodat deze uit kunnen groeien. Je kunt ook snoeien om de boom of struik meer licht en lucht te geven. Door grote en dichtbegroeide takken te verwijderen, creëer je ruimte. Er komt meer licht binnen in de boom of struik en de wind waait er beter doorheen. Dat helpt vaak tegen schimmels, en kan ook nieuwe groei van binnen uit bevorderen.


snoeischaar afbeelding

Een snoeischaar is handig voor de dunne takjes, of voor het wegsnoeien van jonge scheuten. Snoeischaren zijn klein en handig mee te nemen, maar je kunt er geen grote takken van bomen mee snoeien. Daar is ander gereedschap voor.

Snoeischaren bekijken

De takkenschaar is een stevig stuk gereedschap waarmee je, als het goed is, ook dikkere takken kunt snoeien. Je kunt meer kracht zetten omdat je deze met beide armen gebruikt. Een goede takkenschaar is schokabsorberend, omdat de takkenschaar bij dikke takken ook hard dicht kan slaan.

Takkenscharen bekijken

takkenschaar afbeelding

Een zaag is er in veel verschillende afmetingen en er zijn diverse soorten zagen. Een zaag is handig voor werkzaamheden die je met een snoeischaar of takkenschaar niet kunt uitvoeren. Dikke takken of dunne stronken van bomen, grote takken in de boom en nog veel meer.

Alle zagen bekijken


Snoeiperiode per plant

Wanneer kan ik snoeien?
De periode waarin je kunt snoeien verschilt per plant. In onze handige zaaikalender zie je naast de zaaitijd en planttijd, ook de snoeiperiode per plant.


Waar let je op?

Knoppen
Snoei altijd tussen twee knoppen in. Op die manier krijgt je struik of boom mooi gevormde takken, waarbij de gesnoeide takken niet te snel opvallen. Knoppen zullen vaak nieuwe takken vormen wanneer een tak vlak na een knop is gesnoeid.

Wonden
Je creëert wonden tijdens het snoeien. Dit is een belangrijke reden om alleen te snoeien op momenten dat het kan, namelijk wanneer de plant van deze wonden kan herstellen (zie hieronder). Dek wonden bij voorkeur goed af met doek, een speciaal smeersel of op een andere manier waardoor er geen vuil in de snoeiwond kan komen.

Snoeitijd
Je snoeit een struik of boom liever alléén op momenten dat het kan. Dat is wanneer de boom of struik kan herstellen van de wonden. Mediterrane bomen en struiken (citroen, amandel, etc.) snoei je nooit in de winter, ook niet als de plant binnen staat. Winter is voor veel planten een rustperiode. Snoei ook andere planten liever niet in de winter en houd je aan de tijden in de zaaikalender.

Aantallen
Haal niet te veel takken in één keer weg, de plant moet namelijk blad overhouden om licht op te vangen. Als er te veel takken zijn weggehaald herstelt je plant mogelijk niet meer.

Vormen
Je wilt dat een boom of struik een mooie vorm krijgt, of voldoende klein blijft zodat er ruimte over blijft voor andere planten (of om langs te lopen). Snoei niet willekeurig maar kies bewust welke takken je weghaalt.

Verplanten
Bij het verplanten (uitgraven en elders planten) of bij het verpotten, beschadig je mogelijk de wortels. Wanneer er veel wortels van de plant zijn afgetrokken, snoei dan een ongeveer gelijk aantal takken weg om de balans te herstellen.

Vruchten
Je boom of struik zal mogelijk vruchten gaan dragen. Bessen, appels of misschien wel pruimen en vijgen. Houd daar rekening mee tijdens het snoeien. Je wilt natuurlijk niet dat je de halve oogst van het komende jaar weg snoeit! Ook daarom is de tijd waarin je snoeit belangrijk, maar let ook goed op welke knoppen en takken je verwijderd. Meestal zullen jonge takken vruchten gaan dragen en de oudere takken niet (er zijn enkele uitzonderingen).

Wat is vermeerderen?

Planten maken zaden, je kunt planten stekken of graaft de bollen in zodat er meer van zullen groeien. Vermeerderen is niets meer dan het verveelvoudigen van een plant. Een zaadje zaaien of een stekje planten, maar hoe kan je planten nog meer vermeerderen?


Wat zijn je favoriete groenten of fruit? Grote kans dat je deze gewoon thuis kunt zaaien. Je kunt zaden uit vruchten halen, zoals paprika's of tomaten uit de winkel, maar je kunt ook zaden van je eigen planten oogsten. Of zaden kopen natuurlijk. Sommige planten nemen niet direct de eigenschappen van de "moederplant" (waar de zaden vanaf komen) over. In dat geval is een plant niet zaadvast. Het zaaien van de zaden van deze plant, betekend dan dus niet automatisch dat je de zelfde plant krijgt. Bij veel planten is dit gelukkig wel het geval!

Alle zaden bekijken

De makkelijkste manier om een plant te krijgen is door er een te kopen. Een bessenstruik, een appelboom, er zijn kwekers en winkels genoeg waar je deze kunt krijgen. Het voordeel is dat je plant al is voorgekweekt en je met weinig moeite, in korte tijd ervan kunt gaan oogsten. Dat is als je de plant in de juiste omstandigheden zet. Nog leuker is natuurlijk om er een zelf te vermeerderen!

Je kunt een struik vaak stekken. Vooral bij druiven wordt deze methode vaak gebruikt. Je neemt een stuk van de plant, een wortel of een stuk van een tak, en steekt deze in de grond. Je kunt de tak vaak ook eerst een tijdje op water zetten of speciaal stekpoeder gebruiken. De tak zal wortels maken of de wortel zal verder groeien. Vervolgens ontstaat er een nieuwe plant, bijna altijd met de zelfde eigenschappen als de plant waar de stek vandaan komt.

Niet alle planten zijn geschikt om te stekken. Heb je bijvoorbeeld een blauwe bes staan? Dan sterven de takken vaak af als je deze probeert te stekken. Je kunt in plaats daarvan de tak afleggen. Je neemt een stengel uit de struik en legt deze ongeveer op de helft tegen de grond aan. Je kunt daarbij ook voorzichtig een stukje van de bast wegschrapen. Door iets zwaars op de stengel (tak) te leggen blijft deze op z'n plek liggen. Vervolgens zal de tak op de plek waar deze de grond raakt nieuwe wortels maken. Wanneer de wortels groot genoeg zijn en de tak verder is uitgegroeid, kan je de tak van de "moederplant" afknippen. Je graaft de afgelegde tak met de wortels uit en zet deze op een plek waar je deze wilt hebben.

Vaak kan je knollen van een plant uitgraven. Deze graaf je elders weer in, waar de knollen wortels zullen maken. Per plant verschilt de manier waarop je dit doet. Van knoflook plant je de teentjes, van plantuien plant je de kleine ui (deze groeit en wordt een grote ui), bij aardappelen plant je een kleine (poot)aardappel. De aardappel maakt wortels waar meer aardappelen aan zullen groeien. En zo zijn er nog meer voorbeelden van knollen die je kunt planten.


Zaai- en planttijden

Wanneer kan ik zaaien of planten?
In onze handige zaaikalender vind je alle tijden van je favoriete planten, zoals wanneer je kunt zaaien of planten. In één oogopslag met een handig overzicht.


Waar let je op?

Verschillen
De ene plantensoort is de andere niet. Er is niet één manier om te vermeerderen die voor alle planten werkt. Je zal dit dus per plant moeten bekijken om erachter te komen welke methode het beste werkt.

Temperatuur
Net als bij zaden geldt ook bij stekjes dat deze een bepaalde temperatuur nodig hebben om goed te groeien. Ook is het niet handig om bijvoorbeeld in de winter te gaan stekken. De temperaturen zijn te laag en er vormen geen wortels.

Groeitijden
Je stekt planten bij voorkeur alléén op momenten dat deze nog kunnen groeien. In de winter staat de groei van de meeste planten volledig stil. Een stekje of aflegger zal in deze periode weinig of geen wortels maken.

Vochtig
Vooral zaden, maar ook stekken en afleggers hebben vocht nodig. Planten zoeken naar vocht met hun wortels. Wanneer er helemaal geen vocht beschikbaar is zal de wortel niet verder groeien. Je kunt stekken tijdelijk in water zetten.

Knoppen
Vaak neem je een stek door 3-5 ogen aan te houden. Dat wil zeggen dat als je een tak afknipt om deze te stekken, je 3-5 bladeren of knoppen laat zitten. De kans op overleven is dan het grootst, omdat de tak voldoende blad heeft om licht op te vangen, maar niet te veel om zo veel energie kwijt te raken dat deze niet meer kan groeien.

ProGarden vogelhuisje klein

ProGarden vogelhuisje klein

Dit kleine vogelhuisje is een geschikte schuilplaats voor de meeste kleine ..

€ 6,99 Excl. BTW:€ 5,78

Lifetime Garden vogelnestje stro XL

Lifetime Garden vogelnestje stro XL

Een warm vogelnestje voor de luie piepers! Het vogelnestje kan worden opgeh..

€ 7,49 Excl. BTW:€ 6,19

Vogelhuisje grenenhout 21,5x11,5x11,5 cm groen dakje

Vogelhuisje grenenhout 21,5x11,5x11,5 cm groen dakje

Dit vogelhuisje (nestkastje) is gemaakt van 100% grenenhout. Het kastje gee..

€ 8,95 Excl. BTW:€ 7,40

ProGarden insectenhotel honingraad

ProGarden insectenhotel honingraad

Dit insectenhotel (honingraad vorm) geeft een schuilplaats voor diverse soo..

€ 16,99 Excl. BTW:€ 14,04