https://www.keukenplanten.nl/image/cache/catalog/pages/blogs/blog-propagate-1170x600.jpg
  • 05 Feb 2021
  • |   0 opmerkingen

Alles over vermeerderen

In de natuur vermeerderen planten zichzelf, meestal door middel van zaden. Deze vallen van de boom, komen op de grond terecht en ontkiemen. Daaruit ontstaat een nieuwe boom. Dan zijn er ook nog planten zoals knoflook, waarvan de teentjes weer nieuwe bolletjes vormen nadat de plant is afgestorven. Sommige planten, zoals aardbeien, maken uitlopers die op de plek waar deze de grond raken weer nieuwe plantjes laten groeien. Zo kan ook jij planten vermeerderen!

Zelf planten vermeerderen kan op verschillende manieren. Soms is het makkelijker om zaden te oogsten en deze te gebruiken, soms is het beter om een stek of aflegger te nemen. Wat dit precies zijn dat lees je hieronder. Wil je planten selecteren om te vermeerderen? Het is logisch om dan de plant te kiezen met de beste eigenschappen: de mooiste blaadjes of de dikste stam. Je kiest vaak planten met de hoogste opbrengst, de grootste vruchten of de plant die zich het beste weert tegen ongedierte, schimmels of ziektes.

Maar soms is het gewoon leuk om een plant te kiezen met leuke eigenschappen, zoals vruchten die een ongewone vorm hebben gekregen. Door bepaalde planten te kiezen om te vermeerderen, kan je zorgen dat bepaalde eigenschappen in de tweede (of derde, vierde, etc.) generatie sterker naar voren komen. Het beste kan je wel per plant bekijken hoe je deze het beste kunt vermeerderen. Niet alle planten produceren zaden met de zelfde eigenschappen. Vaak bieden stekken van een plant de meeste garantie.

Zaaien

Vermeerderen kan je doen door te wachten tot een plant gaat bloeien. Daarna oogst je de zaden van een plant om deze vervolgens weer te zaaien. De zaden van een plant groeien op de plek waar een bloem heeft gezeten, of in de vruchten (bessen, appels, etc.) die vanuit de bloemen ontstaan. Niet alle planten zijn zaadvast, wat betekend dat niet van alle planten de zaden ook weer planten maken met de zelfde eigenschappen. Zelf zaden oogsten? Laat deze dan eerst aan de plant drogen. Dat kan even duren, maar zo weet je dat de zaden ook echt kiemkrachtig zullen zijn. Zaden die te vroeg worden geoogst kan je later ook drogen, maar vaak zijn deze dan nog niet volledig ontwikkeld. De zaden zullen dan misschien niet ontkiemen of geen sterke planten maken. Dit laatste is ook het grote verschil tussen goedkope en duurdere merken zaden. Sommige zaden zijn gewoon echt beter en maken sterkere planten. Dat komt door de manier waarop deze eerder geselecteerd is en de kwaliteit van de verzorging van de planten waar deze zaden vandaan komen.

Stekken

Sommige planten zijn niet zaadvast. Je kunt in dit geval proberen om deze te stekken. Dat wil zeggen dat je een deel van de plant afneemt om dit deel vervolgens in een glas water of in een potje met zaai- en stekgrond te steken. Daarbij wordt wel eens stekpoeder gebruikt, want dit zou de aanmaak van wortels bevorderen. Bij het afnemen van een stek wordt bijna altijd een jonge tak of scheut van de plant genomen met meerdere blaadjes eraan. Bij druiven kan je na het snoeien een jonge scheut met 3-5 blaadjes gebruiken. De onderste 2 blaadjes haal je dan weg en je zet de scheut in een glaasje met water. Wanneer deze al wat meer wortels heeft gemaakt kan je de stek in een potje met aarde stoppen. De scheut zal meestal uitgroeien tot een nieuwe plant, maar het is niet vreemd als er een paar stekken afsterven. Je kunt daarom het beste -als je een plant wilt stekken- ook meteen meerdere stekken nemen.

Afleggen

Van bepaalde planten zijn de scheuten niet sterk genoeg om op zichzelf wortels aan te maken. Soms lukt afleggen beter dan stekken. Afleggen is niets meer dan het naar beneden halen van een (vaak jonge) tak van de plant of struik. Ergens halverwege de tak laat je deze de grond raken. Op het punt waar de scheut de grond raakt maak je deze vast, bijvoorbeeld door er een steen of iets zwaars op te leggen. Vaak helpt het om de bast van de tak af te schrapen op de plek waar deze de grond raakt. De tak kan zo opnieuw wortels maken op de plek waar deze de grond raakt, maar krijgt nog energie van de moederplant. Zo hoeft de scheut niet op eigen kracht wortels aan te maken en is de kans op overleven iets groter. Na enige tijd kan je de afgelegde tak van de moederplant afsnijden en de nieuwe plant uitgraven.

Wortel

Bij sommige planten, zoals gember of kurkuma, kan je (een deel van) de wortel van de plant uitgraven. Of je gebruikt een stuk van de wortel die je in de winkel hebt gekocht natuurlijk! Wanneer je dit stuk wortel in een potje met aarde stopt en voldoende water geeft, zal vanuit deze wortel een nieuwe plant ontstaan. Deze methode werkt ook erg goed bij bramen en frambozen, omdat deze zichzelf vaak al vermeerderen vanuit de wortel.

Bollen

Sommige planten maken bolletjes. Deze bolletjes kun je gerust uitgraven en elders opnieuw planten, dan groeit daar vervolgens weer een nieuwe plant. Soms kan je -zoals bij knoflook- delen van de bolletjes gebruiken. Bij knoflook kan je de tenen uit elkaar halen en weer ingraven. Elk knoflookteentje vormt straks weer een nieuwe bol knoflook. Bij uien worden vaak de eerstejaars uien geoogst. Deze zijn dan nog klein en worden verkocht als plantuien. Plantuien steek je vervolgens weer in de grond, waar deze verder zullen groeien tot grote uien.