Slabonen

Phaseolus vulgaris

Minimale plantafstand (cm): 10
Minimale worteldiepte (cm): 10

Afbeeldingen:
Stamslaboon

keukenplanten stamslaboon zaden keukenplanten stamslabonen zaailingen keukenplanten stamslabonen volgroeide planten

 
Stokslaboon

keukenplanten stokslaboon zaden keukenplanten stokslabonen

 

volle zon
licht vochtig
alle grondsoorten
niet winterhard
keukenplanten zaaikalender slabonen

Variëteiten

Er zijn veel verschillende soorten slabonen, inmiddels ook in diverse kleuren en smaken. Slabonen zijn eigenlijk sperziebonen, maar deze worden in de moestuin slabonen genoemd. De stamslaboon, stamboon of lage slaboon is een laagblijvend soort, welke hooguit een halve meter hoog wordt. Boven in het plantje komt een tros met boontjes te hangen.

Daarnaast is er ook nog de stokslaboon of stokboon. Zoals de naam misschien al doet vermoeden, is dit een slaboon die langs een stok omhoog klimt. Voor stokslabonen heb je dus een stok nodig, maar wel eentje (of eigenlijk meerdere) van ten minste 2 meter lang. Je kunt een piramide van lange stokken maken en deze bovenin bij elkaar binden. Rondom een stok plant je dan ongeveer 3-5 plantjes die langs de stokken omhoog zullen klimmen.

De slaboon is er ook in de gele variant. De gele slaboon wordt soms ook wel goudboon genoemd, en is meestal een lage slaboon (ook wel stamslaboon of stamboon genoemd), maar er zijn uiteraard ook klimmende gele rassen. Daarnaast zijn er zelfs paarse rassen, zoals de stokspekboon. De stokspekboon is een iets dikkere en stevigere bonensoort. Ook de stokspekboon kan zo wel groen, geel als paars van kleur zijn.

Vermeerderen

Het beste zaai je wat meer slabonen want je hebt er vaak, zeker bij lage slabonen (stamslabonen of stambonen), wat meer van nodig voor een redelijke opbrengst. Je kunt deze na half mei direct op de bestemde plek voorzaaien, maar voor die tijd kan het ook al binnen. Zaai slabonen bij voorkeur in afzonderlijke potjes. Net als komkommers en meloenen -op een vergelijkbare wijze, niet omdat het familie is- maakt de slaboon heel snel een complex wortelstelsel. Zaai je slabonen met z'n allen in één bakje dan kan je de plantjes straks niet uit elkaar halen zonder wortels stuk te trekken. In losse potjes en een warme vensterbank zaaien dus!

Verzorging

Basis
Als plant neemt een slaboon heel erg weinig ruimte in, zeker als je een stamslaboon hebt. De stamslaboon blijft laag, wordt ongeveer 40 centimeter lang en klimt niet omhoog. De stokslaboon klimt wel en kan tot zelfs meer dan 2 meter hoog groeien (maar is eigenlijk zelfs langer). De stokslaboon wikkelt zich om een lange stok of om een (dik) touw heen. Van de stamslaboon heb je misschien een vierkante meter aan planten nodig voor een leuke opbrengst. Voor de stokslaboon heb je minder ruimte nodig. Omdat deze in de hoogte groeit en erg lang kan worden, haal je vaak meer opbrengst uit minder ruimte.

De slaboon heeft veel warmte en zonlicht nodig. Er wordt daarom wel eens gezegd "een slaboon mag mij niet zien". Dit zinnetje wordt gebruikt om het makkelijk te onthouden, maar eigenlijk schrijf je "mei" in plaats van "mij". De slaboon mag de maand mei niet zien. Dit is een handig ezelsbruggetje om te onthouden dat slabonen warmte nodig hebben, ze mogen niet vóór half mei buiten staan. Natuurlijk kan je slabonen wel al iets eerder binnen voorzaaien om deze later buiten te planten. Kies voor het planten, zoals gezegd, een warme en zonnige plek uit.

keukenplanten kleine slabonen

Uitgebloeide slaboon

Wat leuk is aan slabonen is dat deze aardig snel kunnen groeien, snel beginnen met bloeien en je er dus binnenkort al van kunt oogsten. De tijd gaat hier sneller dan je denkt. Boontjes kunnen tevens erg productief zijn, zeker als ze op de juiste plek staan. Hierdoor kan je soms veel meer oogsten dan je eigenlijk op kunt. Dat vind ik eigenlijk nog wel het leukste, om de verse oogst met familie, vrienden of buren te kunnen delen.

keukenplanten groeiende slabonen

Groeiende slabonen

Bodem
Slabonen groeien ook op kleigrond best aardig, toch kan ik het idee niet loslaten om de bodem luchtiger en beter doorlaatbaar te maken. Slabonen hebben sterke wortels, maar je kunt het de planten ook een stukje makkelijker maken met compost en organisch materiaal in de bodem. Let bij slabonen vooral op dat je ze niet op een zure grond kweekt, daar houden de plantjes niet zo van (zie ook het kopje "voeding"). Het is op stevige klei ook nuttig om brekerzand te mengen, omdat dit de bodem tevens luchtiger en doorlaatbaarder maakt. Slabonen houden namelijk niet van natte voeten en dat is bij kleigrond vaak een groot probleem. Hoewel boontjes graag niet te nat staan, is uitdroging natuurlijk wel super slecht voor ze. Geef daarom vooral tijdens de hete zomerse dagen extra water. Het beste is als je de bodem constant licht vochtig kunt houden.

Voeding
Indien je slabonen op een tamelijk zure grond wilt kweken, of eigenlijk altijd, is het raadzaam om extra kalk te strooien. Dit verbeterd de opname van voedingsstoffen bij planten in het algemeen, met uitzondering van zuurminnende planten, al is dat bij slabonen niet zo'n belangrijke reden voor het strooien van kalk. Kalk maakt tevens de bodem meer alkalisch, wat dan weer wel heel voordelig is als je slabonen wilt kweken. Verder hebben boontjes in principe maar weinig voeding nodig, ze staan als laatste in het rijtje van de wisselteelt. Slabonen groeien ook goed op armere grondsoorten.

Gevaren
Slabonen kunnen gevoelig zijn voor meeldauw, zo wel de valse meeldauw als de echte meeldauw. Dit is een soort schimmel die zich laat zien op (echte meeldauw) of onder (valse meeldauw) het blad van de plant. Door de schimmel lijkt er een wit poederachtig spul op of onder het blad te zitten. Meeldauw is te bestrijden met een mengsel van melk en water, of een 100% biologisch bestrijdingsmiddel van kruidenextracten dat veilig is voor mens en dier. Hiermee is meeldauw tevens preventief te bestrijden/voorkomen.

Oogsten

De bonen zijn het lekkerste als ze klein of middelgroot zijn. Net als bij peulen oogst je ze eigenlijk liever jong dan oud, dan is de smaak het lekkerste en zijn de slabonen ook wat zachter. Grotere bonen zijn dikker, wat meer opgezwollen en wat harder. Ze zijn overigens nog steeds eetbaar, alleen waarschijnlijk wel iets minder lekker dan de jonge boontjes. Regelmatig zal je boontjes over het hoofd zien, je ontkomt er niet aan. Het blijft natuurlijk zoeken naar een dun, groen boontje tussen een berg met groene bladeren en stelen. Een naald in een hooiberg dus! Boontjes die je over het hoofd hebt gezien maar die wel erg dik zijn geworden, kun je ook gewoon laten hangen tot deze geel zijn en de plant aan het afsterven is. De zaden die erin zitten kan je namelijk prima opnieuw zaaien in het volgende jaar, en zo heb je in het komende jaar boontjes die 100% van eigen bodem komen. De voorwaarde is dan wel dat de boon geel en het liefst ook aan de plant opgedroogd is. De kans dat ze goed zullen kiemen is dan het grootste.

Gebruiken

Bonen eet je nooit rauw, je kookt ze. Er wordt wel eens beweerd dat boontjes rauw licht giftig zijn. Of dat zo is weet ik niet, als je er één of twee rauw eet zal er nog helemaal niets aan de hand zijn. Dat heb ik zelf wel eens gedaan, om de structuur van de boontjes te proeven voor het oogsten. Het beste is om ze te verhitten voor gebruik. Slabonen kunnen los op je bord erg lekker zijn, maar zijn ook uitstekend als roerbakgroenten of door de rijst met kip bijvoorbeeld.

Bewaren

Slabonen zijn in de koelkast zo'n 2-3 dagen houdbaar als de temperatuur niet onder de 5 graden celcius komt, misschien nog een dag langer, maar dan houd het wel op. Verse bonen kan je altijd invriezen, dan blijven ze nog een jaar lang goed. Bedenk je wel dat de smaak iets achteruit gaat als je ze in de vriezer bewaart. Er is natuurlijk niets lekkerders dan boontjes vers van de plant, direct in de oven of pan en op je bord.