Spruitkool

Brassica oleracea "gemmifera"

Minimale plantafstand (cm): 65
Minimale worteldiepte (cm): 50

Afbeeldingen:

keukenplanten spruitkool zaden

 

halfschaduw
matig vochtig
zware grondsoorten
wintergroen
keukenplanten zaaikalender spruitkool

Variëteiten

Spruitkool is er in diverse rassen. Mocht je een niet zaadvast ras kiezen (en dat zijn ze bijna allemaal), plant dan ten minste 2-3 spruitkoolplanten. De spruiten "rijpen" namelijk niet allemaal tegelijk, ze worden per ronde geoogst. Zo heb je toch genoeg voor een maaltijd voor het gezin na het oogsten van alle 2 of 3 de planten. Bij F1 hybride rassen rijpen de spruitjes in principe allemaal tegelijk.

Vermeerderen

Spruitjes kan je binnen voorzaaien of later direct op de plaats zaaien waar je ze wilt hebben. Het tweede is beter omdat je als je wat later zaait in de winter kunt oogsten. Met een beetje geluk is de vorst er dan overheen geweest (lees verder waarom dat goed is). Als je binnen voorzaait moet je de planten als het warm genoeg is buiten uitplanten. Je kunt spruitjes ook beter in kweekpotjes voorzaaien zodat de planten iets groter kunnen worden voor je ze uitplant, want in de kleine kweekbakjes of turfpotjes hebben ze niet echt genoeg ruimte om het voorzaaiproces zo lang vol te houden.

Verzorging

Basis
Spruitkool is de plant waar de bekende spruitjes vandaan komen. Zoals veel koolgewassen is spruitkool een goed winterharde plant. Het is zelfs beter om spruitkool iets later te zaaien, omdat spruitjes lekkerder zijn als de vorst er overheen is geweest. Ook in de halfschaduw groeien spruitjes prima, het blijft een koolgewas en kan dus ook met minder zon goed overweg. Vooral als je de plant de zomer door wilt helpen is dat handig, omdat in de zomer de volle zon zelfs iets te heet kan zijn voor spruitkool.

Bodem
Spruitkool maakt sterke wortels en is een stevige groeier, de plant kan dus ook goed op kleigrond staan. Als de kleigrond nou heel dik is, kan je daar beter wel wat compost en organisch materiaal aan toevoegen. Dat is om de bodem net iets doorlaatbaarder te maken. Vooral als je spruitkool door de zomer heen kweekt is dat verstandig om te doen. De stevige klei kan opdrogen en in de bovenste lagen zelfs steenhard worden. Spruitkool houd tevens van een goed voedzame bodem en dat brengt ons bij het kopje "voeding" hieronder.

Voeding
Spruitkool staat graag op een zeer voedzame bodem. Daar draagt veel extra compost aan bij, maar daarnaast is het sterk aan te raden om ook andere voeding te geven. Een algemene organische meststof voor moes- en kruidentuin volstaat vaak al. Je zou eigenlijk zeggen dat de spruitjes voornamelijk uit blad bestaan en dat extra stikstof daarvoor nodig is. Dat is echter niet het geval, dus wees erg terughoudend met het geven van stikstof. Daar maakt de plant voornamelijk groot blad van, de spruiten zelf gaan daar niet beter van groeien.

Gevaren
Spruitkool is net als de meeste koolgewassen erg gevoelig voor verschillende schimmels en plagen. Een van de meest beruchte schimmels is knolvoet, een schimmel die de wortels aantast en de plant uiteindelijk doet afsterven. De schimmel is te voorkomen door niet vaak koolsoorten op het zelfde stuk grond te kweken. Het toepassen van wisselteelt en combinatieteelt voorkomt knolvoet dus, al kan knolvoet nooit 100% worden vermeden. Ook is spruitkool vatbaar voor diverse soorten ongedierte zoals de witte vlieg en rupsen van vlinders. Dit laatste is erg vervelend. Vlinders leggen eitjes op en onder de bladeren, als deze uitkomen ontstaan daar rupsen die de plant volledig kaal kunnen vreten. Aantasting door ongedierte is te voorkomen met een (fijnmazig) net of met speciaal insectengaas. Zorg dat het gaas het blad niet raakt, anders kunnen vlinders alsnog eitjes op het blad afscheiden door het gaas heen.

Oogsten

Van spruitkool oogst je de jonge spruiten langs de stengel. Het meest gebruikelijke is om jonge spruitjes te oogsten, wanneer deze nog klein zijn, maar ook groter kunnen spruitjes worden geoogst. Als je de spruiten laat zitten worden het bloeistengels. Wanneer je spruitjes oogst als de vorst er overheen is geweest dan is de smaak op z'n best, ze zijn dan wat zoeter van smaak. Je kunt de spruitjes ook na het oogsten eerst invriezen, dat geeft een beetje het zelfde effect. De spruitjes worden dan iets zoeter en iets minder bitter.

Gebruiken

Spruitjes zijn wat bitter van smaak met een vleugje zoet. De exacte smaak is meer afhankelijk van het moment waarop je oogst. Jonge spruitjes zijn het lekkerste, en als de vorst er overheen geweest zijn ze nog zoeter van smaak. Oudere en dus later geoogste spruitjes smaken over het algemeen wat bitterder, als er géén vorst over is geweest natuurlijk. Want ook dat maakt de oudere spruiten weer wat zoeter. Ze zijn lekker om zo te koken en als losse groente op je bord te eten, maar je kunt spruitjes ook door diverse gerechten verwerken.

Bewaren

Spruitjes blijven in de koelkast maximaal een week houdbaar. Ze blijven buiten de koelkast ongeveer 3 dagen vers (niet aan te raden) maar kunnen ook prima worden ingevroren. In de vriezer kan je spruitjes nog minstens een jaar bewaren en eigenlijk is invriezen nog beter voor de spruitjes dan het bewaren in de koeling. Zeker als je spruitjes hebt geoogst waar nog geen vorst overheen is geweest, want door ze in te vriezen bereik je een beetje het zelfde effect. De spruitjes worden iets zoeter van smaak (en dus minder bitter) omdat je ze invriest.