plant banner

Knolselderij

Apium graveolens Rapaceum

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC

-10℃

12℃

25 CM
 

30 CM
 

Alles over knolselderij

Soorten

Bleekselderij en bladselderij worden vaak verward met knolselderie, waar deze pagina over gaat. De bladeren lijken dan ook erg op elkaar. Alle selderijsoorten zijn tweejarig en dragen dezelfde Latijnse naam, Apium graveolens. Ze zijn dus lastig te onderscheiden. Aan de geur van (gekneusde) bladeren of stelen herken je direct dat het om een selderijsoort gaat. Bij bleekselderij gaat het om de "Dulce" variëteit en bij bladselderij gaat het om de "Secalinum" variëteit. Knolselderie is de "Rapaceum" variëteit. Als ergens "rapa" in de Latijnse naam is verwerkt, kan je er vanuit gaan dat het om een gewas gaat dat knollen maakt.

Vermeerderen

Knolselderij kiemt al bij relatief lage temperaturen. Net als andere selderijsoorten is knolselderij een trage kiemer en heeft deze dus even nodig om boven de (zaai- en stek)grond uit te komen. Bij iets hogere temperaturen kiemt knolselderie wat sneller. Na enkele weken komt er een klein plantje met 2 kiemblaadjes boven. Het begin van de groei verloopt traag, maar eenmaal een grote plant dan kan deze een stuk sneller gaan groeien.

Algemeen

Knolselderie groeit traag en het duurt echt wel even voor de knol is gevormd. Daarom is het verstandig om knolselderie al vroeg in het jaar te zaaien. Op een plekje in de halfschaduw groeit knolselderie al best aardig. Kies de plek waar je de plant neerzet goed uit, want daar blijft deze zeker tot in de late herfst staan. Je kunt knolselderij lang laten staan, zelfs na de herfst blijft de knol oogstbaar. Let dan wel op vorst, daar kan de plant niet zo goed tegen.

Bodem

Knolselderie groeit het beste op een vochtige en voedzame bodem. Ook op kleigrond doet knolselderie het erg goed. Ondanks dat kleigrond voor de meeste wortelgewassen te dik is, kan knolselderie de uitdaging makkelijk aan. Je kunt het groeien van de knol mogelijk wat makkelijker maken door de bodem meer humus en doorlaatbaarheid te geven. Bijvoorbeeld door het toevoegen van compost en organisch materiaal, maar dat is zeker geen vereiste. Vooral de vochtigheid is belangrijk, de knol vult zich voornamelijk met water.

knolselderij grond

Bemesting

Knolselderie is een trage groeier, hierdoor lijkt het alsof deze niet zo veel verbruikt. Niets is minder waar, want knolselderie heeft zeker extra voeding nodig voor het vormen van de knol onder de grond. Het geven van een algemene organische meststof voor de moestuin, is aan te raden. Wees alleen iets terughoudender met stikstof, gezien dit vooral de bladgroei zal bevorderen en niet zo zeer de groei van de knol. Je maakt de bodem tevens voedzamer met compost en organisch materiaal. Zoals bovengenoemd is dit geen vereiste voor knolselderij, het kan wel helpen de bodem voedzamer te maken en maakt mogelijk de groei van de knol makkelijker.

Oogsten

Van knolselderij wordt de knol geoogst, maar eigenlijk is de hele plant is eetbaar. Ook het blad, maar als de plant minder blad heeft wordt de knol ook minder gevoed. Het oogsten van blad kost namelijk wel energie van de plant. Voor het eten van selderij blad kweek je dus het liefste een aparte selderij, namelijk bladselderij, of je oogst het blad tegelijk met de knol. Je kunt de knolselderij in z'n geheel (voorzichtig) uit de grond trekken of omhoog wiepen met een spade of spitvork.

Kijk goed op de zaaikalender wanneer de oogstperiode van de door jou gezaaide knolselderie valt. Is het de juiste tijd maar twijfel je nog een beetje? Bekijk dan eens de onderkant van de plant. Zo zie je heel duidelijk of de knol al is gevormd of niet. Hoe groter de gevormde knol, hoe zekerder het is dat je kunt oogsten. Zie je alleen nog de stengels van bladeren uit de grond komen? Oogst dan in ieder geval nog niet. Je kunt ook een beetje aarde rondom de plant weghalen om te kijken of de knol al voldoende is gegroeid, want soms staat de plant iets dieper in de grond dan anders.

Het kan zijn dat de knolselderie gaat bloeien. Het doorschieten van knolselderie is -in tegenstelling tot veel andere planten- eigenlijk helemaal geen probleem. Je kunt alsnog de knol van de plant oogsten, óók na de bloei, evenals de zaden van het plantje om volgend jaar te gebruiken. Mocht je de zaden willen oogsten dan kan je natuurlijk beter even wachten met het uitgraven van de knol tot de zaden zijn opgedroogd aan de plant.

oogst afbeelding

Gebruiken

Knolselderij wordt vaak door de soep gebruikt en dan vooral in erwtensoep of bruine bonensoep. Knolselderij bevat erg weinig kaloriëen en je kunt het koken als groente. Ook het blad is eetbaar, op de zelfde wijze als het blad van bladselderij/bleekselderij.

Conserveren

Een verse knol van de knolselderij is zo'n 3 weken in de koeling of op een koele en donkere plek te bewaren. Je kunt knolselderij ook blancheren en invriezen. Dan blijft het nog een jaar houdbaar.

Teeltwijze

Knolselderij is een wortelgewas. De ideale voorteelt is een vruchtgewas en de ideale nateelt is een aardappelsoort of peulgewas, volgens de principes van wisselteelt.

Knolselderij heeft geen nadrukkelijk goede buren.

Knolselderij kan slecht worden gecombineerd met (slechte buren):
Aardappel

Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in mei

plant thumbnail

Aardbei plant icon
Fragaria

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Aardbeien zijn meerjarige planten, alleen gaat na 2 jaar waarschijnlijk de opbrengst achteruit. De kans op schimmels en ziektes wordt groter naarmate de aardbeienplantjes ouder worden. Je kunt ze in principe zo lang laten staan als je wilt, tot ze niet meer op komen en zijn overleden. Voor de beste resultaten plant je iedere 2 jaar of zelfs ieder jaar nieuwe aardbeienplantjes. Aardbeienplanten kunnen verschrikkelijk veel uitlopers maken. Hoe meer uitlopers een aardbeienplant maakt, hoe minder energie de plant over heeft voor de aanmaak en groei van de aardbeien zelf. De plant doet nu eenmaal wat deze hoort te doen: zich op de makkelijkste en snelste manier voortplanten. Het is geen vereiste, maar voor meer (en grotere) aardbeien kan je de uitlopers het beste verwijderen. Aan het einde van het jaar, als de meeste vruchten van de plant af zijn, kan je een paar uitlopers laten zitten die je opkweekt tot nieuwe planten voor volgend jaar. Kies dan de planten die het meest productief zijn geweest.

Aardbeien zet je het liefste in de volle zon en geef je regelmatig water. Op droge grond, zeker in de zomer, gaan de planten bijna direct slap hangen. Kies dus voor een plekje waar veel zonlicht komt, maar als het kan waar alléén de bodem schaduw heeft. Door stro rondom de planten te leggen voorkom je het uitdrogen van de bodem, maar je voorkomt ook dat de vruchten de grond raken en worden opgegeten door beestjes uit de bodem. Een bijkomend voordeel is dat stro vergaat na verloop van tijd. Het wordt compost waarmee de bodem tegelijk wordt verrijkt. Als alternatief kan je ook een gronddoek gebruiken waarmee je de volledige bodem bedekt, op een paar gaten na waar de planten staan. Het grote voordeel hiervan is dat zelfs uitlopers geen kans meer maken. Deze raken de grond niet en de planten zullen dus niet gaan woekeren. Het is alleen nog wel nodig om ze met de hand te verwijderen natuurlijk.

aardbei uitlopers

Vooral de bosaardbei is de koning der uitlopers. Het verwijderen ervan is bij dit soort aardbei bijna onbegonnen werk, maar dit maakt de bosaardbei wel een zeer geschikte bodembedekker. Slechts een paar plantjes kunnen binnen één zomer meerdere vierkante meters bedekken. Je komt er alleen wel weer moeilijk vanaf, dus bedenk je altijd goed waar je ze plant en dat dit zo goed als permanent is. Bosaardbeitjes zijn leuk om eens uit te planten op lege plekjes waarvan je niet weet wat je ermee moet doen. Dat ene vergeten hoekje in de moestuin waar best veel schaduw is, bijvoorbeeld. Bosaardbeitjes groeien ook erg goed in de halfschaduw, maar als je ze kweekt voor de vruchtjes om te eten dan kan je ze het beste in de volle zon zetten. Bosaardbeitjes hebben nog minder verzorging nodig dan gewone aardbeien.

Lees meer...

Buiten zaaien in mei

In kas planten in mei

Buiten planten in mei

plant thumbnail

Meloen plant icon
Cucumis melo

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Meloenen hebben als eerste veel warmte nodig, en veel zonlicht natuurlijk. Zoals hierboven genoemd, en ik benadruk het nog maar even, zijn meloenen net als komkommers gevoelig voor zonnebrand. De jonge plantjes kan je beter eerst afharden (lees hierboven bij het kopje "ontkiemen"). Meloenen staat graag op een plekje in de volle zon. Meestal staat de kas wel in de volle zon, maar wie het buiten de kas probeert kiest het beste de meest zonnige en warme plek in de tuin uit. In een (hele ruime) pot, in de buurt van een muur en op een terras (tegels) wordt de grond veel warmer dan ergens in de open grond.

Eenmaal uitgeplant hebben meloenen iets nodig om langs omhoog te klimmen. De steeltjes van de meloenen kunnen knappen als de vrucht te zwaar wordt, de meloenen kunnen stukvallen en de hele plant stuktrekken in hun val naar beneden. Meloenen kweek je dus liever schuin omhoog, langs een schuin hekwerk, betongaas, trellis, een schuin muurtje of wat dan ook. Ergens waar je de meloenen kunt vastbinden of waar je de vruchten op kunt leggen ter ondersteuning. Je kunt meloenen ook -net als komkommers- laten kruipen maar dit werkt schimmels in de hand, met name wanneer het blad en de vruchten de vochtige bodem raken.

In tegenstelling tot komkommers, hebben meloenen wel een goede (handmatige) bestuiving nodig. Vrouwelijke bloemen (met vruchtbeginsel) die niet zijn bestoven, zullen van de plant vallen. Deze bloemen hebben geen nut meer en de plant verwerpt ze, om energie naar andere bloemen te laten gaan. Je bestuift een meloen door het stuifmeel van de mannelijke bloemen over te brengen op de vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zijn te herkennen aan het kleine, ronde of ovaalronde (vaak harige) vruchtbeginsel achter de bloem. De mannelijke bloemen hebben dat niet. Je kunt een mannelijke bloem plukken en daarmee tot 3-5 vrouwelijke bloemen bestuiven door de bloemen tegen elkaar te drukken (uiteraard wel zachtjes). Je kunt ook een wattenstaafje of kwastje gebruiken om het stuifmeel over te brengen.

meloen vruchtbeginsel

Lees meer...

Oogsten in mei

Snoeien in mei

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

footer wave afbeelding