plant banner

Madeliefje
Bellis perennis

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
  Binnen (voor)zaaien
  Binnen (uit)planten
  Buiten (voor)zaaien
  Buiten (uit)planten
  Oogstperiode
  Snoeiperiode


16℃

-15℃

5 CM

5 CM

Madeliefje levenscyclus / tijdlijn:

Madeliefje kweken

Madeliefje algemene verzorging

Madeliefjes groeien graag op een plek in de volle zon of minimaal in de halfschaduw. Het zonlicht is nodig om de bloemetjes open te laten gaan. Omdat madeliefjes meerjarig en winterhard zijn kan je er meerdere jaren van genieten. Ze komen dus ieder jaar weer terug of zaaien zichzelf uit.

Madeliefje zaaien en planten

Madeliefjes kan je goed zelf zaaien, dan oogst je waarschijnlijk iets later in het jaar. Je kunt madeliefjes ook in potten, perkjes of elders planten. De kans is klein dat je dit nodig hebt, omdat madeliefjes in het wild zo veelvoudig voorkomen dat er maar weinig plekken zijn waar je ze niet ziet. Zeker in de zomer! Mocht je zelf madeliefjes gaan zaaien, strooi de zaadjes dan uit over de grond en strooi daar een heel dun laagje aarde overheen (zeker niet te veel). Dit kan al vanaf maart of april.

Madeliefje grondsoort

Madeliefjes zijn niet kieskeurig wat betreft de grond waar deze op groeien, ze groeien vrijwel overal waar een rijke en licht vochtige bodem te vinden is. Je kunt madeliefjes ook in potten met (bemeste) tuinaarde of moestuin-aarde kweken, maar even goed in de volle grond.

pH-waarde (zuurtegraad):
6.0
8.5
ZUUR BASISCH

Madeliefje bemesting

Welke meststof gebruik je voor madeliefje? De beste meststof voor het kweken van madeliefje heeft bij benadering een NPK samenstelling van --. Wat is NPK?

Madeliefjes groeien graag op een rijke bodem. In het eerste jaar is bemesten waarschijnlijk niet nodig, het zijn immers maar hele kleine plantjes. Het kan handig zijn om daarna zo nu en dan wat organische mestvoeding (algemeen) in korrelvorm of vloeibaar door het water gemengd toe te dienen.

N
P
K

Wanneer madeliefje oogsten

Van madeliefjes oogst je de bloemen. Deze kan je eenvoudig van het plantje afknippen of plukken. Wees daarbij wel voorzichtig, want het kleine en kwetsbare plantje trek je gemakkelijk uit de grond. Omdat het een meerjarig plantje is zou dat zonde zijn. De rest van de plant kan je verder laten groeien, deze loopt volgend jaar opnieuw uit en gaat ook dan weer bloeien.

Madeliefjes zijn het meest bekend van de (zo wordt beweerd) geneeskrachtige thee die ervan gezet kan worden. Dit wordt gedaan van de gedroogde bloemen of door een afgietsel te nemen. De bloemetjes zijn ook rauw eetbaar.

Madeliefjes oogst je het liefst direct wanneer je deze gaat gebruiken, anders zou je de bloemetjes moeten drogen om ze langer houdbaar te maken. Dit laatste is handig als je er thee van wilt zetten, want dan maakt het niet uit dat de bloemetjes gedroogd zijn.

Madeliefje rassen en soorten

Madeliefjes lijken heel erg op kamille, al zijn het twee totaal verschillende planten die niets met elkaar te maken hebben. Madeliefjes groeien vrijwel overal in grasveldjes en in perken. Hoewel de plantjes klein zijn, zijn deze meerjarig en erg goed winterhard. Ieder jaar kan je er opnieuw van genieten.

Madeliefje ziektes en plagen

Grauwe schimmel is een veelvoorkomend gevaar bij het kweken van madeliefjes of bij madeliefjes die in het wild groeien. Het is te voorkomen door de plantjes niet te veel water te geven, want door een te vochtige omgeving ontstaat deze schimmel.

Madeliefje teeltwijzen

Voor het kweken van madeliefje hoef je geen wisselteelt te gebruiken.

Madeliefje heeft geen nadrukkelijk goede buren.

Madeliefje heeft geen nadrukkelijk slechte buren.


Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in juni

Buiten zaaien in juni

In kas planten in juni

Buiten planten in juni

Oogsten in juni

Snoeien in juni

plant thumbnail

Kiwi plant icon
Actinidia chinensis

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De kiwi komt uit het verre oosten en groeit het beste in een overwegend tropisch klimaat. Het is eigenlijk een slingerplant. De meeste kiwi rassen bij kwekers vandaan zijn matig winterhard. Dat betekend dat zij de vorst kunnen overleven, maar dat je ze bij strenge vorst het beste een beetje in bescherming neemt. Ook kan je de kiwi in een pot houden, maar kies dan wel een zeer grote potmaat en stel de bodem zorgvuldig samen. Het kweken van een kiwi lukt het beste als er geen concurrentie is. Dat betekend dat er geen andere planten onder groeien die vocht en voeding wegnemen. De grond onder de kiwi houd je dus het liefste kaal.

De kiwi kan aardig weelderig groeien. In gebieden waar deze oorspronkelijk vandaan komt groeien kiwi's vaak als onkruid, slingerend tussen andere planten door als een soort liaan. In de tuin, zelfs in ons klimaat, kan een kiwi de gevel van een woning volledig overgroeien. De plant kan in tropische gebieden goed in de schaduw van andere planten groeien, maar voor de teelt van de vruchten kan je de kiwi hier beter in de volle zon zetten. Dit is beter voor het rijpen van de vruchten.

Omdat een kiwi een slingerplant is, heeft deze iets nodig om langs te kunnen slingeren. Echt een klimplant is het niet, hij maakt geen hechtrankjes of zuignapjes. De takken slingeren zich over bestaand materiaal heen en blijven zo liggen. Wil je de kiwi ergens langs laten klimmen? Dan heeft deze mogelijk wat hulp nodig. Leid de kiwi een beetje, dan zoekt deze zelf de weg verder. Kies bij voorkeur wel iets stevigs. Na enige tijd zullen slingerende uitlopers verhouten, wat de nodige schade aan kan brengen als je de kiwi enkel langs een dunne rozenboog leid. Kies dus vooral iets stevigs uit als plantensteun, zoals een stevige pergola van houten balken en tuinpalen.

Gedurende de groei zal de hoofdtak van de kiwi, waar alle zijscheuten aan groeien, zich verder en verder ontwikkelen. Het is daarbij van belang dat je deze hoofdtak de nodige ondersteuning geeft. Leid de hoofdtak langs een paal, pergola of waar je de kiwi langs wilt laten groeien, en bind deze hierlangs op. De hoofdtak is het hoofd-groeipunt van de plant. Deze snoei je daarom niet terug.

Lees meer...

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

footer wave afbeelding