plant banner

Citroengras
Cymbopogon

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
  Binnen (voor)zaaien
  Binnen (uit)planten
  Buiten (voor)zaaien
  Buiten (uit)planten
  Oogstperiode
  Snoeiperiode


18℃

10℃

25 CM

20 CM

Citroengras levenscyclus / tijdlijn:

Citroengras kweken

Citroengras algemene verzorging

Citroengras komt uit tropische streken. Dat betekend dat sereh, zoals de plant ook wel wordt genoemd, veel warmte nodig heeft. Ook heeft citroengras veel licht nodig en de ideale standplaats is dus echt in de volle zon. Je kunt de plant in een pot kweken en buiten zetten vanaf half mei, maar het kan ook in de volle grond in een kas. In tropische streken wordt de plant tot wel anderhalve meter hoog, maar hier zal de plant niet zo groot worden. Het tropische plantje staat graag een beetje beschut, beschermd tegen de wind. In de kas zou deze het dus uitstekend kunnen doen.

Citroengras of sereh is beslist niet winterhard, maar bij de teelt in potten of bakken kan je de pot of bak in de winter binnen zetten. In de kas wil het soms ook lukken om sereh te overwinteren, als je de plant extra in bescherming neemt. Als je citroengras in de volle grond zet in een kas, bedenk je dan goed dat de plant hier nog jaren kan blijven staan (mits deze de winters overleefd). Citroengras blijft toch een vaste plant.

Citroengras zaaien en planten

Citroengras heeft genoeg warmte nodig om te kiemen, vanaf zo'n 20 graden celcius. Binnenshuis lukt dit mogelijk eerder in het jaar al. De plant groeit in stengels en je zaait er dus meerdere bij elkaar.

Citroengras grondsoort

Een luchtige grondsoort met veel humus is belangrijk. Het toevoegen van compost en organisch (planten)materiaal is dus aan te raden. De grond mag nooit uitdrogen, wat lastig is als de plant in een pot staat en ook nog eens in de volle zon. Dat is een dubbele kans op uitdroging, dus zal je de plant extra goed in de gaten moeten houden.

pH-waarde (zuurtegraad):
6.0
7.0
ZUUR BASISCH

Citroengras bemesting

Welke meststof gebruik je voor citroengras? De beste meststof voor het kweken van citroengras heeft bij benadering een NPK samenstelling van --. Wat is NPK?

De stengels slaan maar weinig voeding op, wat betekend dat je na enige tijd wat extra voeding zal moeten geven. Citroengras heeft in het begin meestal voldoende aan algemene organische meststof voor de moestuin. Je kunt ook voeding voor tropische planten gebruiken, wat misschien nog wel iets beter is gezien de tropische roots van citroengras. Extra kalium (of lavameel) zorgt voor een betere weerstand van de plant. Daarnaast is ook stikstof erg belangrijk voor het vormen, versterken en kleuren van het blad, of in dit geval dus de stengels.

N
P
K

Wanneer citroengras oogsten

Van citroengras kun je de hele stengels oogsten. Deze knip je van onderen af, net boven de grond dus, of je trekt ze volledig uit de grond. Dat tweede is eigenlijk beter voor het behouden van de smaak. Je kunt de stengels tijdelijk op water zetten om deze vers te houden. Je kunt de halmen gedurende het hele groeiseizoen oogsten. Stop met oogsten als de winter in zicht is. Om de plant te beschermen tegen kou heeft deze de overgebleven halmen nodig.

De onderste delen van citroengras zijn het sterkst van smaak, net als bijvoorbeeld bij prei. Vooral in Indische landen is citroengras erg populair. Het wordt vaak gebruikt in curry's en het wordt regelmatig meegekookt en vlak voor het serveren verwijderd uit het gerecht.

Je kan citroengras het beste in de koelkast bewaren in een zakje met veel gaatjes. Net zoals je dat bij het bewaren van boontjes doet, zodat er lucht bij kan. Citroengras of sereh blijft zo nog ten minste een week houdbaar. Verse stengels kun je enige tijd op water zetten om deze nèt iets langer vers te houden.

Citroengras snoeien of dieven

Knip in deze periode in het voorjaar alle oude en verdorde halmen, het citroengras van het afgelopen jaar, helemaal weg. Doe dit tot net boven de grond en forceer het afknippen niet dieper de grond in. Hiermee creëer je ruimte voor citroengras om in het voorjaar opnieuw uit te lopen. Snoei vooral niet in de winter, de halmen (ook al zijn deze verdord) bieden bescherming tegen kou. Stop ook met oogsten als de winter in zicht is.

Citroengras rassen en soorten

Er zijn niet veel soorten citroengras bekend, in ieder geval geen soorten met grote verschillen. De soorten die het meest voorkomen zijn de Oost-Indische en de West-Indische citroengras. De verschillen zijn minimaal, ook wat betreft het aroma van de twee soorten. Citroengras komt oorspronkelijk in tropische gebieden voor.

Citroengras teeltwijzen

Voor het kweken van citroengras hoef je geen wisselteelt te gebruiken.

Citroengras heeft geen nadrukkelijk goede buren.

Citroengras heeft geen nadrukkelijk slechte buren.


Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in juni

Buiten zaaien in juni

plant thumbnail

Maïs plant icon
Zea mays

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Hoewel sommigen anders zullen beweren, vind ik maïs niet erg lastig te kweken. De plant lijkt mij erg geschikt voor beginners, maar als je grote en volle kolven wilt heb je wel wat meer nodig dan een handschepje. Je hebt er alleen wel flink wat ruimte voor nodig, want als maïs niet goed wordt bestoven heb je geen (of halve) maïskolven. De bestuiving lukt echter het beste als maïs met heel veel planten in een blok worden geplant. Een groot vierkant vak van ten minste één vierkante meter. Dit heeft veel voordelen, behalve dat de planten natuurlijk beter worden bestoven omdat ze dicht op elkaar staan. De planten kunnen zo namelijk ook minder snel omvallen bij sterke wind.

Wat belangrijk is om rekening mee te houden bij maïs, is dat de planten dus veel zonlicht en warmte nodig hebben. Oorspronkelijk komt maïs namelijk uit warme streken, denk daarbij aan bijvoorbeeld Mexico. Veel zon en veel warmte dus. Heel belangrijk en niet te onderschatten. Daarnaast worden de planten ook aardig groot. Dat betekend dat ze voor veel schaduw zorgen. Je kunt deze dus het beste op een plekje zetten aan de rand van de tuin, waar deze niet in de weg staan van het zonlicht voor andere planten.

Maïs is makkelijk in de kruisbestuiving. Dat lijkt leuk, maar als de buurman óók maïs heeft staan dan is dat alles behalve leuk. Stel dat de buurman voedermaïs heeft staan voor het vee, dit soort maïs is niet zo lekker om zo te eten. Mocht deze kruisbestuiven met jouw suikermaïs dan krijg je geen lekkere zoete kolven, maar een soort kruising met voedermaïs. Maïs kan over enkele kilometers door pollen via de lucht andere planten bestuiven. Woon je in de buurt van een boerderij waar maïs wordt gekweekt? Let dan goed op en vraag des noods welk soort maïs er wordt gekweekt.

mannelijke bloemen mais

Maïs maakt mannelijke en vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen groeien net als veel andere grasachtigen uit de top van de stengel. Het lijkt op een soort vuurwerkje, de uit elkaar groeiende sprietjes met bloemetjes eraan. Deze bloemen maken stuifmeel waarmee de vrouwelijke bloemen moeten worden bestoven. Gelukkig groeien mannelijke en vrouwelijke bloemen wel aan de zelfde plant, maïs is dus eenhuizig. De vrouwelijke bloemen groeien aan de zijkant van de maïs stengel. Je kunt ze herkennen aan hele lange, dikke en kleverige haartjes die uit een soort groene mini-maïskolf komen groeien. Een leuk feitje: ieder haartje wordt één maïskorrel. Alle haartjes zullen dus bestoven moeten worden voor een volle maïskolf! Het is hierom extra belangrijk om de kolven in een blok te planten, zodat het stuifmeel van alle kanten bij alle planten kan komen.

vrouwelijke bloemen mais

Lees meer...

In kas planten in juni

plant thumbnail

Yacón plant icon
Smallanthus sonchifolius

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Yacón is een meerjarige plant maar helaas niet winterhard, dus deze wordt doorgaans als éénjarige gekweekt. Het beste zet je de plant -net als de familieleden zonnebloem en aardpeer- in de volle zon. Je kweekt de broedbollen binnenshuis op en plant ze na ijsheiligen (half mei) buiten of in de kweekkas uit. Je kunt de planten dan gewoon in de grond zetten met voldoende afstand tot elkaar. De planten worden tevens erg groot (ongeveer 2 meter hoog).

Lees meer...

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

Buiten planten in juni

Oogsten in juni

Snoeien in juni

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Kiwi plant icon
Actinidia chinensis

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De kiwi komt uit het verre oosten en groeit het beste in een overwegend tropisch klimaat. Het is eigenlijk een slingerplant. De meeste kiwi rassen bij kwekers vandaan zijn matig winterhard. Dat betekend dat zij de vorst kunnen overleven, maar dat je ze bij strenge vorst het beste een beetje in bescherming neemt. Ook kan je de kiwi in een pot houden, maar kies dan wel een zeer grote potmaat en stel de bodem zorgvuldig samen. Het kweken van een kiwi lukt het beste als er geen concurrentie is. Dat betekend dat er geen andere planten onder groeien die vocht en voeding wegnemen. De grond onder de kiwi houd je dus het liefste kaal.

De kiwi kan aardig weelderig groeien. In gebieden waar deze oorspronkelijk vandaan komt groeien kiwi's vaak als onkruid, slingerend tussen andere planten door als een soort liaan. In de tuin, zelfs in ons klimaat, kan een kiwi de gevel van een woning volledig overgroeien. De plant kan in tropische gebieden goed in de schaduw van andere planten groeien, maar voor de teelt van de vruchten kan je de kiwi hier beter in de volle zon zetten. Dit is beter voor het rijpen van de vruchten.

Omdat een kiwi een slingerplant is, heeft deze iets nodig om langs te kunnen slingeren. Echt een klimplant is het niet, hij maakt geen hechtrankjes of zuignapjes. De takken slingeren zich over bestaand materiaal heen en blijven zo liggen. Wil je de kiwi ergens langs laten klimmen? Dan heeft deze mogelijk wat hulp nodig. Leid de kiwi een beetje, dan zoekt deze zelf de weg verder. Kies bij voorkeur wel iets stevigs. Na enige tijd zullen slingerende uitlopers verhouten, wat de nodige schade aan kan brengen als je de kiwi enkel langs een dunne rozenboog leid. Kies dus vooral iets stevigs uit als plantensteun, zoals een stevige pergola van houten balken en tuinpalen.

Gedurende de groei zal de hoofdtak van de kiwi, waar alle zijscheuten aan groeien, zich verder en verder ontwikkelen. Het is daarbij van belang dat je deze hoofdtak de nodige ondersteuning geeft. Leid de hoofdtak langs een paal, pergola of waar je de kiwi langs wilt laten groeien, en bind deze hierlangs op. De hoofdtak is het hoofd-groeipunt van de plant. Deze snoei je daarom niet terug.

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

footer wave afbeelding