plant banner

Kousenband
Vigna unguiculata Sesquipedalis

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
  Binnen (voor)zaaien
  Binnen (uit)planten
  Buiten (voor)zaaien
  Buiten (uit)planten
  Oogstperiode
  Snoeiperiode


20℃

15℃

40 CM

40 CM

Kousenband levenscyclus / tijdlijn:

Kousenband kweken

Kousenband algemene verzorging

Veel warmte en een zonnig maar beschut plekje is voor de kousenband extra belangrijk, nog meer dan bij slabonen en pronkbonen. Ook een hoge luchtvochtigheid is bevorderlijk voor de ontwikkeling van deze tropische plant. Dat maakt de kousenband eigenlijk beter geschikt voor de teelt in kas dan voor de buitenteelt. In kassen blijft warmte en waterdamp beter hangen. In warme landen zoals Suriname is de kousenband erg populair, daar wordt de inheemse plant dan ook volop gekweekt.

bloemen kousenband

In de kas is de opbrengst vaak hoger, de plant zal vaak meer weelderig groeien en meer bloemen maken dan in de buitenlucht. Dat betekend overigens niet dat je de plant niet buiten kunt kweken, ook dan lukt het doorgaans best aardig om wat van de planten te oogsten. Na enige tijd -wanneer de planten wat groter zijn- zullen ze gaan bloeien. De kleine bloemetjes zijn heel herkenbaar en blijven maar kort open staan. Niet veel later is dan het eerste kleine maar lange boontje te zien. Vanaf dat moment kan het erg snel gaan, want hoewel de boontjes gigantisch lang kunnen worden groeien ze ook nog erg snel!

vruchtbeginsels kousenband

Kousenband zaaien en planten

De kousenband zal je eigenlijk altijd binnen moeten voorzaaien, omdat de plant niet in zo'n korte tijd als de slaboon of pronkboon al peulvruchten produceert. De kousenband heeft daar naast een geschikt klimaat ook veel langer de tijd voor nodig. Net als de meeste bonensoorten ontwikkelt ook de kousenband in korte tijd een groot wortelstelsel. Daarom kan het handig zijn om de plantjes voor te zaaien in grote potjes (P7 of P9) vóór het uitplanten in een kas. En in een kas moeten ze zeker worden geplant, want buiten zal de oogst wel eens enorm tegen kunnen vallen. Kousenband heeft veel behoefte aan zonlicht en nog meer aan veel warmte. Ongeveer half mei kan je de kousenband uitplanten.

Kousenband grondsoort

Kousenband groeit op een bodem die rijk is aan humus. Licht vochtig en een goede structuur zijn de kenmerken van de ideale bodem voor de kousenband. Rijk aan organisch materiaal dus, wat je voor elkaar kunt krijgen door het toevoegen van veel compost en organisch materiaal aan de bodem. Zo lang de bodem niet volledig uitdroogt of doorweekt raakt, straat de kousenband veilig.

pH-waarde (zuurtegraad):
6.0
7.5
ZUUR BASISCH

Kousenband bemesting

Welke meststof gebruik je voor kousenband? De beste meststof voor het kweken van kousenband heeft bij benadering een NPK samenstelling van --. Wat is NPK?

De meeste soorten bonen en peulvruchten groeien prima op een armere grondsoort. Ze staan immers als laatste in de cirkel van de wisselteelt. Dat geldt niet zo voor de kousenband, dit is het buitenbeentje van de peulgewassen. De kousenband staat graag wèl op een voedzame bodem. Niet te rijk aan voedingsstoffen natuurlijk, maar de plant kan wel wat gebruiken. In het bijzonder extra kalium, bijvoorbeld in de vorm van vinassekali. Dit draagt bij aan een verbeterde weerstand tegen de kou en droge lucht in ons klimaat (met uitzondering van de kasteelt), maar ook tegen schimmels en ziektes waar de plant in het land van oorsprong weinig last van heeft.

N
P
K

Wanneer kousenband oogsten

Hoewel de kousenband geen familie is van de slaboon, uiteindelijk is het toch echt een peulgewas. Je oogst de zeer lange peulvruchten van de plant. Dit doe je bij voorkeur als deze nog niet heel lang zijn geworden. De verleiding is natuurlijk groot om een zo lang mogelijke peulvrucht te laten groeien, maar langere (en dus oudere) peulvruchten krijgen stevige draden en worden harder. Je oogst dus net als andere peulgewassen ook de kousenband bij voorkeur iets jonger.

oogst afbeelding

De kousenband wordt met name in Surinaamse gerechten erg breed gebruikt. Zo vind je de gesneden kousenband met name terug in gerechten zoals roti. De kousenband is daarnaast erg lekker door een pittige curry en in combinatie met hete kip. Ook is gesneden kousenband goed te roerbakken in combinatie met andere groenten en kruiden.

De kousenband is het beste vers te houden in de koelkast, en blijft hier dan ook 1-2 weken goed. Daarnaast is de kousenband ook goed in te maken met zout. Invriezen dat kan je beter niet doen, omdat de peulvruchten erg veel vocht bevatten.

Kousenband rassen en soorten

De kousenband is een peulgewas. De groei van de plant en zeker ook het blad ervan, lijkt erg op die van de stokslaboon of stokspekboon. Toch is de plant niet ècht familie van de slaboon. De peulvruchten worden erg lang, tot soms wel een "yard" (wat ongeveer 91 centimeter is), waardoor de plant in het Engels ook wel "yard long bean" wordt genoemd. Een gezonde plant produceert langere peulvruchten. Omdat kousenband de oorsprong kent in Suriname -waar de peulen onder andere worden gebruikt voor roti- heeft deze veel warmte nodig en kan je deze het beste in een kweekkas planten.

Kousenband ziektes en plagen

De temperatuur en zonlicht zijn voor de kousenband erg belangrijk. Een veelgemaakte (beginners)fout is dat de plant door het uiterlijk op dezelfde plekken als slabonen wordt gekweekt. Dat kan, maar de opbrengst is in de open lucht veel kleiner. In een kweekkas is de kans op succes het grootste.

Kousenband teeltwijzen

Kousenband is een peulgewas. De ideale voorteelt is een aardappelsoort of wortelgewas en de ideale nateelt is een koolgewas, volgens de principes van wisselteelt.

Kousenband heeft geen nadrukkelijk goede buren.

Kousenband heeft geen nadrukkelijk slechte buren.


Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in juni

Buiten zaaien in juni

In kas planten in juni

plant thumbnail

Watermeloen plant icon
Citrullus lanatus

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Deze exotische plant heeft veel warmte en veel zonlicht nodig. De teelt in een kweekkas wordt daarom sterk aanbevolen. Hoewel een watermeloen ook buiten de kweekkas gehouden kan worden, geeft dit vaak toch veel minder resultaat. De grootste kans op een redelijke oogst heb je als je de plant op een terras of balkon zet, aan de zuidzijde van het gebouw en vooral erg beschut en beschermd tegen harde wind. In de kweekkas blijft echter de makkelijkste manier. Dat komt omdat wind van buiten hier niet zo sterk binnen kan dringen, de temperaturen hoger zijn (en ook langer hoog blijven), de luchtvochtigheid bijna altijd hoger uitvalt dan buiten, en deze combinatie voor de watermeloen erg prettig is.

Eenmaal uitgezet in de kas (of in een ruime pot of bak) hebben watermeloenen iets nodig om langs omhoog te klimmen. Oorspronkelijk zijn het een soort kruipende planten, je kunt ze dus ook laten kruipen. Bedenk je dan wel dat het blad en de vruchten de grond raken en hierdoor gevoeliger zijn voor schimmels en ongedierte. Dat gezegd hebbende is het verstandig om een watermeloen langs betongaas, een hekwerk, trellis of zelfs een hele lange en stevige stok omhoog te laten klimmen. Dat kan eventueel ook schuin omhoog langs een speciaal diagonaal gemaakte constructie (maakt het ondersteunen wat makkelijker).

watermeloen klein

Watermeloenen kunnen groot, maar vooral erg zwaar worden. Het steeltje kan knappen als de vrucht aan de plant groeit, of de plant begeeft het en er worden delen van de plant losgetrokken door de veel te zware vrucht. Wat je hiertegen kunt doen is het verzamelen van netjes, bijvoorbeeld netjes van mandarijnen of andere verpakkingen. De netjes kan je om de groeiende watermeloen doen en met een touwtje langs het hekwerk (of het dak van de kas) vastbinden. Hiermee geef je de vrucht extra ondersteuning zodat deze de plant niet kan beschadigen. Of nog belangrijker, van de plant af knapt en stukvalt op de grond. Dat laatste is mij namelijk al eens overkomen en dat is enorm balen!

watermeloen vruchtbeginsel

Het bestuiven van de watermeloen is ook nog een dingetje. In tegenstelling tot de komkommer, moet de watermeloen wel echt bestoven worden. Anders krijgt deze namelijk geen vruchten, de bloemetjes met vruchtbeginsel vallen af als deze niet (goed) zijn bestoven. Veel insecten helpen je hierbij, maar door dit met de hand te doen weet je zeker dat alles goed gaat. Vooral in de kas is dat extra helpende handje nodig. Je kunt een wattenstaafje of kwastje gebruiken om stuifmeel over te brengen, maar je kunt ook de hele mannelijke bloem plukken en hiermee meerdere vrouwelijke bloemen bestuiven. De watermeloen is éénhuizig, wat erop neerkomt dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde plant groeien. De vrouwelijke bloemen herken je aan het kleine bolletje achter de bloem (zie de foto hierboven), dit wordt uiteindelijk de watermeloen. Mannelijke bloemen hebben dit vruchtbeginsel niet (zie de foto hieronder). Het steeltje van de mannelijke bloem is ook vaak langer en smaller.

watermeloen bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Yacón plant icon
Smallanthus sonchifolius

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Yacón is een meerjarige plant maar helaas niet winterhard, dus deze wordt doorgaans als éénjarige gekweekt. Het beste zet je de plant -net als de familieleden zonnebloem en aardpeer- in de volle zon. Je kweekt de broedbollen binnenshuis op en plant ze na ijsheiligen (half mei) buiten of in de kweekkas uit. Je kunt de planten dan gewoon in de grond zetten met voldoende afstand tot elkaar. De planten worden tevens erg groot (ongeveer 2 meter hoog).

Lees meer...

plant thumbnail

Pepino plant icon
Solanum muricatum

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Pepino, die ook wel "meloenpeer" wordt genoemd, is een vruchtgewas dat veel behoefte heeft aan warmte en zonlicht. Hoewel de plant bij minder zonlicht toch aardig zal groeien, is de volle zon nodig voor het vormen van de vruchten die de plant maakt. De meloenpeer of pepino wordt ook vaak als sierplant gehouden, gewoon binnenshuis. Het is eigenlijk een meerjarige plant. Als je pepino op de juiste manier weet te overwinteren, kan deze volgend jaar verder groeien. Kies hiervoor in de winter een warme, zeker vorstvrije en lichte plek uit. Een vensterbank op het zuiden of een verwarmde serre zijn ideaal.

Pepino heeft een zeer lang seizoen nodig. Je zaait de plant al heel vroeg in het jaar, het liefste in januari of februari al. Later kan ook, maar hiermee duurt het langer voor (en wordt het onzekerder of) je vruchten krijgt. Vanaf half juni kan het plantje buiten staan, vanaf half mei kan dat al in de kas. Doe het ook zeker niet eerder, vorst maar óók wat lagere temperaturen zijn een grote boosdoener. De vruchten van pepino hebben heel lang nodig om te groeien en rijpen. Als het buiten of in de kas te koud wordt zal je de plant binnen moeten zetten. Daar rijpen de vruchten verder af. Soms is dat pas in december en het kan bij uitzondering zelfs in januari volgend jaar zijn. Vanaf het opkomen van de zaden duurt het ongeveer 9 maanden voor de vruchten van de pepino rijp zijn.

Heb je al meerdere jaren een pepino staan die het erg goed doet? Dan kan je deze makkelijk vermeerderen door kopstekken te nemen. De groeipunten zijn goed levensvatbaar en wortelen makkelijk. Dat is als de plant eenmaal goed groeit, niet in een vroeg stadium. Te vroeg zou zijn in de zomer van het eerste groei-jaar van de plant. Takken die je op dat moment verwijderd kan de plant eigenlijk niet missen. Stekjes maken is vooral vanaf het tweede jaar heel erg makkelijk.

Lees meer...

Buiten planten in juni

Oogsten in juni

Snoeien in juni

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Hazelnoot plant icon
Corylus avellana

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Hazelnoten zijn een van de weinige noten die hier in ons land weelderig kunnen groeien. Op vrijwel iedere plek aan de bosrand van een loofbos, doet de hazelnoot het goed. Op een plekje in de halfschaduw kan je een hazelaar goed planten, dat geldt zo wel voor de struik als boom variëteit. De boom maakt een mooie, recht opgaande stam met bovenin vertakkingen. De struikhazelaar maakt vanuit de kern in de grond veel verschillende vertakkingen. De takken zoeken naar licht en groeien in de richting van het licht omhoog. Onderschat de struikhazelaar niet, want ook deze kan heel erg groot worden, net zo groot of misschien zelfs groter als de boomhazelaar als de struik voldoende ruimte krijgt. Het is dan ook nodig om de hazelaar met regelmaat flink terug te snoeien.

De bestuiving van hazelnoten is nog wel een dingetje. Voor zo ver mij bekend is, is de hazelnoot zelfbestuivend. De hazelaar maakt zogenoemde "katjes", lange sliertjes van bloemen die naar beneden hangen, maar ook vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zijn heel klein en hebben een paars/rood pluimpje. Stuifmeel wordt door de wind verspreid over de hele hazelaar en hazelaars in de omgeving, en komt terecht op de pluimpjes van de hele kleine vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zullen vervolgens gedurende de hele zomer uitgroeien tot hazelnoten. Soms gebeurd het dat een hazelnoot maar heel weinig katjes maakt. Zo zaten hier ooit aan een kleine, jonge hazelaar maar twee katjes. Wel heel veel vrouwelijke bloemetjes, en dat was leuk. In dit geval helpt het als er nog een tweede hazelaar bij staat die ook katjes maakt. Je kan eventueel katjes van (wilde) hazelaars uitschudden in een potje of bakje, en het opgevangen stuifmeel verspreiden over de bloemetjes van je eigen hazelaar. Gelukkig is dat meestal niet nodig, maar soms zit er een jaar tussen dat het iets minder goed gaat.



Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

footer wave afbeelding