plant banner

Spruitkool
Brassica oleracea Gemmifera

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
Alles
Vroeg
Middelvroeg
Laat
  Binnen (voor)zaaien
  Binnen (uit)planten
  Buiten (voor)zaaien
  Buiten (uit)planten
  Oogstperiode
  Snoeiperiode


10℃

-7℃

70 CM

70 CM

Spruitkool levenscyclus / tijdlijn:

Spruitkool kweken

Spruitkool algemene verzorging

Spruitkool is de plant waar de bekende spruitjes vandaan komen. Zoals veel koolgewassen is spruitkool een goed winterharde plant. Het is zelfs beter om spruitkool iets later te zaaien, omdat spruitjes lekkerder zijn als de vorst er overheen is geweest. Ook in de halfschaduw groeien spruitjes prima, het blijft een koolgewas en kan dus ook met minder zon goed overweg. Vooral als je de plant de zomer door wilt helpen is dat handig, omdat in de zomer de volle zon zelfs iets te heet kan zijn voor spruitkool.

Spruitkool zaaien en planten

Spruitjes kan je binnen voorzaaien of later direct op de plaats zaaien waar je ze wilt hebben. Het tweede is beter omdat je als je wat later zaait in de winter kunt oogsten. Met een beetje geluk is de vorst er dan overheen geweest (lees verder waarom dat goed is). Als je binnen voorzaait moet je de planten als het warm genoeg is buiten uitplanten. Je kunt spruitjes ook beter in kweekpotjes voorzaaien zodat de planten iets groter kunnen worden voor je ze uitplant, want in de kleine kweekbakjes of turfpotjes hebben ze niet echt genoeg ruimte om het voorzaaiproces zo lang vol te houden.

Spruitkool grondsoort

Spruitkool maakt sterke wortels en is een stevige groeier, de plant kan dus ook goed op kleigrond staan. Als de kleigrond nou heel dik is, kan je daar beter wel wat compost en organisch materiaal aan toevoegen. Dat is om de bodem net iets doorlaatbaarder te maken. Vooral als je spruitkool door de zomer heen kweekt is dat verstandig om te doen. De stevige klei kan opdrogen en in de bovenste lagen zelfs steenhard worden. Spruitkool houd tevens van een goed voedzame bodem en dat brengt ons bij het kopje "voeding" hieronder.

pH-waarde (zuurtegraad):
5.5
7.5
ZUUR BASISCH

Spruitkool bemesting

Welke meststof gebruik je voor spruitkool? De beste meststof voor het kweken van spruitkool heeft bij benadering een NPK samenstelling van --. Wat is NPK?

Spruitkool staat graag op een zeer voedzame bodem. Daar draagt veel extra compost aan bij, maar daarnaast is het sterk aan te raden om ook andere voeding te geven. Een algemene organische meststof voor moes- en kruidentuin volstaat vaak al. Je zou eigenlijk zeggen dat de spruitjes voornamelijk uit blad bestaan en dat extra stikstof daarvoor nodig is. Dat is echter niet het geval, dus wees erg terughoudend met het geven van stikstof. Daar maakt de plant voornamelijk groot blad van, de spruiten zelf gaan daar niet beter van groeien.

N
P
K

Wanneer spruitkool oogsten

Van spruitkool oogst je de jonge spruiten langs de stengel. Het meest gebruikelijke is om jonge spruitjes te oogsten, wanneer deze nog klein zijn, maar ook groter kunnen spruitjes worden geoogst. Als je de spruiten laat zitten worden het bloeistengels. Wanneer je spruitjes oogst als de vorst er overheen is geweest dan is de smaak op z'n best, ze zijn dan wat zoeter van smaak. Je kunt de spruitjes ook na het oogsten eerst invriezen, dat geeft een beetje het zelfde effect. De spruitjes worden dan iets zoeter en iets minder bitter.

Spruitjes zijn wat bitter van smaak met een vleugje zoet. De exacte smaak is meer afhankelijk van het moment waarop je oogst. Jonge spruitjes zijn het lekkerste, en als de vorst er overheen geweest zijn ze nog zoeter van smaak. Oudere en dus later geoogste spruitjes smaken over het algemeen wat bitterder, als er géén vorst over is geweest natuurlijk. Want ook dat maakt de oudere spruiten weer wat zoeter. Ze zijn lekker om zo te koken en als losse groente op je bord te eten, maar je kunt spruitjes ook door diverse gerechten verwerken.

Spruitjes blijven in de koelkast maximaal een week houdbaar. Ze blijven buiten de koelkast ongeveer 3 dagen vers (niet aan te raden) maar kunnen ook prima worden ingevroren. In de vriezer kan je spruitjes nog minstens een jaar bewaren en eigenlijk is invriezen nog beter voor de spruitjes dan het bewaren in de koeling. Zeker als je spruitjes hebt geoogst waar nog geen vorst overheen is geweest, want door ze in te vriezen bereik je een beetje het zelfde effect. De spruitjes worden iets zoeter van smaak (en dus minder bitter) omdat je ze invriest.

Spruitkool rassen en soorten

Spruitkool is er in diverse rassen. Mocht je een niet zaadvast ras kiezen (en dat zijn ze bijna allemaal), plant dan ten minste 2-3 spruitkoolplanten. De spruiten "rijpen" namelijk niet allemaal tegelijk, ze worden per ronde geoogst. Zo heb je toch genoeg voor een maaltijd voor het gezin na het oogsten van alle 2 of 3 de planten. Bij F1 hybride rassen rijpen de spruitjes in principe allemaal tegelijk.

Spruitkool ziektes en plagen

Spruitkool, waar spruitjes aan groeien, is een koolgewas en dus net als de andere kruisbloemigen vatbaar voor de knolvoet schimmel, een schimmel die de wortel aantast waardoor deze niet meer groeit en een grote knol vormt (van waar ook de naam). Je kunt knolvoet en andere (wortel)schimmels voorkomen door niet te vaak kool op het zelfde stuk grond te kweken. Kweek dus geen bloemkool, broccoli, etc. direct na spruitkool op hetzelfde stuk grond en maak gebruik van wisselteelt in je moestuin, waarbij je iedere periode een andere groente kweekt in de vakken die je hebt.

Spruitkool teeltwijzen

Spruitkool is een koolgewas. De ideale voorteelt is een peulgewas en de ideale nateelt is een bladgewas, volgens de principes van wisselteelt.

Spruitkool kan goed worden gecombineerd met (goede buren):
Aardappel

Spruitkool kan slecht worden gecombineerd met (slechte buren):
Aardbei


Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in juni

Buiten zaaien in juni

In kas planten in juni

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

Buiten planten in juni

plant thumbnail

Maïs plant icon
Zea mays

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Hoewel sommigen anders zullen beweren, vind ik maïs niet erg lastig te kweken. De plant lijkt mij erg geschikt voor beginners, maar als je grote en volle kolven wilt heb je wel wat meer nodig dan een handschepje. Je hebt er alleen wel flink wat ruimte voor nodig, want als maïs niet goed wordt bestoven heb je geen (of halve) maïskolven. De bestuiving lukt echter het beste als maïs met heel veel planten in een blok worden geplant. Een groot vierkant vak van ten minste één vierkante meter. Dit heeft veel voordelen, behalve dat de planten natuurlijk beter worden bestoven omdat ze dicht op elkaar staan. De planten kunnen zo namelijk ook minder snel omvallen bij sterke wind.

Wat belangrijk is om rekening mee te houden bij maïs, is dat de planten dus veel zonlicht en warmte nodig hebben. Oorspronkelijk komt maïs namelijk uit warme streken, denk daarbij aan bijvoorbeeld Mexico. Veel zon en veel warmte dus. Heel belangrijk en niet te onderschatten. Daarnaast worden de planten ook aardig groot. Dat betekend dat ze voor veel schaduw zorgen. Je kunt deze dus het beste op een plekje zetten aan de rand van de tuin, waar deze niet in de weg staan van het zonlicht voor andere planten.

Maïs is makkelijk in de kruisbestuiving. Dat lijkt leuk, maar als de buurman óók maïs heeft staan dan is dat alles behalve leuk. Stel dat de buurman voedermaïs heeft staan voor het vee, dit soort maïs is niet zo lekker om zo te eten. Mocht deze kruisbestuiven met jouw suikermaïs dan krijg je geen lekkere zoete kolven, maar een soort kruising met voedermaïs. Maïs kan over enkele kilometers door pollen via de lucht andere planten bestuiven. Woon je in de buurt van een boerderij waar maïs wordt gekweekt? Let dan goed op en vraag des noods welk soort maïs er wordt gekweekt.

mannelijke bloemen mais

Maïs maakt mannelijke en vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen groeien net als veel andere grasachtigen uit de top van de stengel. Het lijkt op een soort vuurwerkje, de uit elkaar groeiende sprietjes met bloemetjes eraan. Deze bloemen maken stuifmeel waarmee de vrouwelijke bloemen moeten worden bestoven. Gelukkig groeien mannelijke en vrouwelijke bloemen wel aan de zelfde plant, maïs is dus eenhuizig. De vrouwelijke bloemen groeien aan de zijkant van de maïs stengel. Je kunt ze herkennen aan hele lange, dikke en kleverige haartjes die uit een soort groene mini-maïskolf komen groeien. Een leuk feitje: ieder haartje wordt één maïskorrel. Alle haartjes zullen dus bestoven moeten worden voor een volle maïskolf! Het is hierom extra belangrijk om de kolven in een blok te planten, zodat het stuifmeel van alle kanten bij alle planten kan komen.

vrouwelijke bloemen mais

Lees meer...

Oogsten in juni

Snoeien in juni

plant thumbnail

Hazelnoot plant icon
Corylus avellana

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Hazelnoten zijn een van de weinige noten die hier in ons land weelderig kunnen groeien. Op vrijwel iedere plek aan de bosrand van een loofbos, doet de hazelnoot het goed. Op een plekje in de halfschaduw kan je een hazelaar goed planten, dat geldt zo wel voor de struik als boom variëteit. De boom maakt een mooie, recht opgaande stam met bovenin vertakkingen. De struikhazelaar maakt vanuit de kern in de grond veel verschillende vertakkingen. De takken zoeken naar licht en groeien in de richting van het licht omhoog. Onderschat de struikhazelaar niet, want ook deze kan heel erg groot worden, net zo groot of misschien zelfs groter als de boomhazelaar als de struik voldoende ruimte krijgt. Het is dan ook nodig om de hazelaar met regelmaat flink terug te snoeien.

De bestuiving van hazelnoten is nog wel een dingetje. Voor zo ver mij bekend is, is de hazelnoot zelfbestuivend. De hazelaar maakt zogenoemde "katjes", lange sliertjes van bloemen die naar beneden hangen, maar ook vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zijn heel klein en hebben een paars/rood pluimpje. Stuifmeel wordt door de wind verspreid over de hele hazelaar en hazelaars in de omgeving, en komt terecht op de pluimpjes van de hele kleine vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zullen vervolgens gedurende de hele zomer uitgroeien tot hazelnoten. Soms gebeurd het dat een hazelnoot maar heel weinig katjes maakt. Zo zaten hier ooit aan een kleine, jonge hazelaar maar twee katjes. Wel heel veel vrouwelijke bloemetjes, en dat was leuk. In dit geval helpt het als er nog een tweede hazelaar bij staat die ook katjes maakt. Je kan eventueel katjes van (wilde) hazelaars uitschudden in een potje of bakje, en het opgevangen stuifmeel verspreiden over de bloemetjes van je eigen hazelaar. Gelukkig is dat meestal niet nodig, maar soms zit er een jaar tussen dat het iets minder goed gaat.



Lees meer...

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

footer wave afbeelding