plant banner

Biet

Beta vulgaris

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
Alles
Kweekkas
Vroeg
Middelvroeg
Middellaat
Laat

5℃

12℃

10 CM
 

20 CM
 

Alles over biet

Soorten

Bietjes zijn er in veel verschillende soorten. De bekendste is de rode biet, welke op deze pagina veel genoemd zal worden. Maar in principe kan je witte bieten en andere vormen en soorten (knol)bieten op exact de zelfde wijze kweken. De witte biet is trouwens ook een lekkere om eens te proberen, deze is namelijk vele malen zoeter dan de rode biet. Daarnaast zijn er ook cilindervormige rode bieten, of kruisingen met de witte biet welke ieder unieke eigenschappen hebben. Probeer ze vooral eens uit en beperk je niet tot slechts één bietensoort!

Vermeerderen

Rode bietjes kan je op zich binnen voorzaaien, maar het is gebruikelijk en ook makkelijker om dit direct op de bestemde plek te doen. Rode bietjes kunnen niet zo makkelijk worden verspeend en ze kunnen goed bij lagere temperaturen ontkiemen (en groeien). Ze kunnen redelijk dicht op elkaar worden geplant, maar houd wel voldoende afstand voor het vormen van de bollen, zie de plantafstand bovenaan de pagina of in de zaaikalender.

Algemeen

Bietjes zijn nogal langzame groeiers, zeker in het begin wanneer de plantjes net boven zijn gekomen. Ook wanneer het wat kouder is verloopt de groei wat trager. Dat is op zich geen probleem, dat kunnen rode bietjes goed hebben. Het duurt alleen iets langer voor het blad groter wordt. Dat is het eerste deel van de plant dat zich ontwikkeld, het blad bovengronds. Daarna pas gaan de bolletjes onder de grond vormen. Rode bietjes worden ook wel krootjes genoemd. Je zet ze het liefste op een plek in de volle zon en geeft ze regelmatig water, hoewel ze het in de halfschaduw vaak ook prima doen.

Bodem

Op een doorlaatbare, luchtige bodem kunnen de bollen zich het beste ontwikkelen. In principe zijn rode bietjes niet zo kieskeurig wat betreft de grondsoort. Je kunt ze vrijwel overal zaaien, zo lang de grond dus doorlaatbaar is. De bodem is het beste matig vochtig. De knol, ofwel de rode biet zelf, wordt vooral met veel vocht gevuld.

Bemesting

Voeding is niet nodig. Je hoeft rode bieten geen extra voeding te geven. Doe je dit toch, geef dan liever een algemene (universele) meststof of een organische meststof voor moes- en kruidentuin. Wees met stikstof heel voorzichtig, dat geef je het liefst niet extra. Van stikstof krijg je planten met veel blad, waarvan de knol zich juist veel minder goed ontwikkeld.

Oogsten

Bietjes oogst je als je deze ongeveer de grootte hebben van bieten uit de winkel. Je kunt dit makkelijk zien aan de knol onderaan het loof, de knol komt namelijk meestal een klein stukje boven de grond uit en zo niet, dan haal je gewoon een klein beetje aarde weg rondom de plant. Op stevigere grondsoorten worden de knollen iets kleiner of groeien ze trager. Je kunt de bieten als je ze gaat oogsten zo uit de grond trekken, aan het loof onder aan de plant. Als een aantal bietjes groot genoeg zijn maar de rest nog te klein, geen zorgen. Door de grote bieten te oogsten maak je ruimte voor de kleinere om verder te groeien. De bietjes die nu nog klein zijn oogst je dan later alsnog.

oogst afbeelding

Gebruiken

Bietjes smaken zoet en aards en voor gebruik hoor je ze eerst te schillen. Zo verwijder je de buitenste, harde laag van de knol. Nadat ze gekookt zijn kun je ze raspen of in plakjes snijden. Ze zijn dan erg lekker aangemaakt met azijn en uitjes. Je kunt rode bietjes zo wel warm als koud eten en er zijn veel gerechten waar rode bietjes goed bij passen. Wie van de zoete smaak van rode bietjes houd moet ècht eens witte bietjes proberen. Deze zijn nog een stuk zoeter en zullen dus extra goed bevallen!

gekookte rode bieten

Conserveren

Bietjes bewaar je in de koeling. Zit het loof er nog aan? Dan blijft het nog minstens een week goed, maar ook zonder loof kan je bietjes nog enkele dagen bewaren. Je kan rode en witte bietjes trouwens ook invriezen, dan blijven ze nog tot een jaar lang houdbaar. Handig als je er wel héél veel over hebt!

Teeltwijze

Biet is een wortelgewas. De ideale voorteelt is een vruchtgewas en de ideale nateelt is een aardappelsoort of peulgewas, volgens de principes van wisselteelt.

Biet kan goed worden gecombineerd met (goede buren):
Bladselderij

Biet kan slecht worden gecombineerd met (slechte buren):
Aardappel

Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in mei

Buiten zaaien in mei

plant thumbnail

Aardbei plant icon
Fragaria

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Aardbeien zijn meerjarige planten, alleen gaat na 2 jaar waarschijnlijk de opbrengst achteruit. De kans op schimmels en ziektes wordt groter naarmate de aardbeienplantjes ouder worden. Je kunt ze in principe zo lang laten staan als je wilt, tot ze niet meer op komen en zijn overleden. Voor de beste resultaten plant je iedere 2 jaar of zelfs ieder jaar nieuwe aardbeienplantjes. Aardbeienplanten kunnen verschrikkelijk veel uitlopers maken. Hoe meer uitlopers een aardbeienplant maakt, hoe minder energie de plant over heeft voor de aanmaak en groei van de aardbeien zelf. De plant doet nu eenmaal wat deze hoort te doen: zich op de makkelijkste en snelste manier voortplanten. Het is geen vereiste, maar voor meer (en grotere) aardbeien kan je de uitlopers het beste verwijderen. Aan het einde van het jaar, als de meeste vruchten van de plant af zijn, kan je een paar uitlopers laten zitten die je opkweekt tot nieuwe planten voor volgend jaar. Kies dan de planten die het meest productief zijn geweest.

Aardbeien zet je het liefste in de volle zon en geef je regelmatig water. Op droge grond, zeker in de zomer, gaan de planten bijna direct slap hangen. Kies dus voor een plekje waar veel zonlicht komt, maar als het kan waar alléén de bodem schaduw heeft. Door stro rondom de planten te leggen voorkom je het uitdrogen van de bodem, maar je voorkomt ook dat de vruchten de grond raken en worden opgegeten door beestjes uit de bodem. Een bijkomend voordeel is dat stro vergaat na verloop van tijd. Het wordt compost waarmee de bodem tegelijk wordt verrijkt. Als alternatief kan je ook een gronddoek gebruiken waarmee je de volledige bodem bedekt, op een paar gaten na waar de planten staan. Het grote voordeel hiervan is dat zelfs uitlopers geen kans meer maken. Deze raken de grond niet en de planten zullen dus niet gaan woekeren. Het is alleen nog wel nodig om ze met de hand te verwijderen natuurlijk.

aardbei uitlopers

Vooral de bosaardbei is de koning der uitlopers. Het verwijderen ervan is bij dit soort aardbei bijna onbegonnen werk, maar dit maakt de bosaardbei wel een zeer geschikte bodembedekker. Slechts een paar plantjes kunnen binnen één zomer meerdere vierkante meters bedekken. Je komt er alleen wel weer moeilijk vanaf, dus bedenk je altijd goed waar je ze plant en dat dit zo goed als permanent is. Bosaardbeitjes zijn leuk om eens uit te planten op lege plekjes waarvan je niet weet wat je ermee moet doen. Dat ene vergeten hoekje in de moestuin waar best veel schaduw is, bijvoorbeeld. Bosaardbeitjes groeien ook erg goed in de halfschaduw, maar als je ze kweekt voor de vruchtjes om te eten dan kan je ze het beste in de volle zon zetten. Bosaardbeitjes hebben nog minder verzorging nodig dan gewone aardbeien.

Lees meer...

In kas planten in mei

plant thumbnail

Muismeloen plant icon
Melothria scabra

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Muismeloen, ook wel "cucamelon" genoemd, is qua groei een beetje vergelijkbaar met de komkommer en de meloen. De plant groeit op de zelfde wijze, maar dan wel met een stuk kleinere blaadjes. De plant maakt ook hechtrankjes en heeft iets nodig om langs omhoog te klimmen. Je kunt de muismeloen langs een draad naar het dak van de kas laten groeien, langs een stok, een trellis of betongaas. Ook buiten de kas groeit het plantje best goed. Zet de muismeloen altijd op een plekje in de volle zon, de plant groeit slecht in de halfschaduw.

De muismeloen of cucamelon mag niet vóór half mei naar buiten. Het beste is om de plant voor je deze buiten zet eerst af te harden. Dat is het laten wennen aan de nieuwe omstandigheden. Zet de muismeloen eerst een paar uurtjes buiten in de warme zon, na enkele dagen een paar uurtjes langer. Net zo lang tot je de plant dag en nacht buiten kunt laten staan. Je kunt de muismeloen trouwens ook laten kruipen, net als meloenen en komkommers, maar bedenk je dan wel het volgende: Het blad, de vruchten en andere delen van de plant raken de -vaak vochtige- grond. De kans op schimmels en infecties neemt hierdoor enorm toe. Dit is te voorkomen door de weerstand van de plant te verbeteren (zie ook onder het kopje "voeding").

Eigenlijk is de cucamelon of muismeloen een meerjarig plantje. Ondergronds maakt het plantje een soort langwerpige knolletjes die wat de diepte in gaan, wat opvallend is voor dit soort plant. Muismeloen is makkelijk op te kweken uit zaadjes, maar wie het leuk lijkt kan de knolletjes overwinteren. Zet de pot of bak dan op een tamelijk warme en zeker vorstvrije plek gedurende de hele winter. In het voorjaar zullen de knolletjes opnieuw gaan uitlopen en groeit het plantje opnieuw uit. Je kunt dan mogelijk zelfs iets eerder oogsten dan wanneer je de muismeloen opkweekt uit zaadjes. De muismeloen of (cucamelon) hoeft niet met de hand te worden bestoven.

Bij de muismeloen of cucamelon is het extra belangrijk om op de omgeving te letten. De juiste temperatuur, niet te koud, maar ook niet te veel of te weinig water. Als de omgeving niet goed is zal de plant mogelijk toch bloemetjes maken, maar dan vallen deze af en groeien ze niet uit tot vruchtjes. Je kunt de beginnende vruchtjes herkennen aan het bloemetje met een vruchtbeginsel erachter, zoals op de foto hieronder.

muismeloen bloemen

Lees meer...

Buiten planten in mei

Oogsten in mei

Snoeien in mei

plant thumbnail

Appel plant icon
Malus domestica

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De appel is winterhard en sommige soorten kunnen ook nog goed in pot staan. In de volle grond kan een appelboom aardig groot worden, maar in vergelijking tot veel andere bomen blijft de appel relatief klein. Voor het goed afrijpen van de vruchten zet je de appel het in de volle zon, maar ook in de halfschaduw zal de appel het best aardig doen.

Let bij vroege appelrassen goed op, de bloesem verschijnt al vroeg in het jaar en kan hierdoor te maken krijgen met vorst. Bij een appelboom in pot kan je deze makkelijk even een nachtje in de garage zetten, maar bij een appel in de volle grond wordt het lastiger. De bloesem kan door de vorst beschadigen, wat één van de oorzaken is van weinig appels.

Het volgende geldt voor appelbomen die je in de volle grond zet, maar misschien nog veel meer voor appelboompjes in een pot. Beperk de vegetatie rondom de stam tot het minimum. Gras en andere planten nemen vocht weg van de appelboom, wat natuurlijk ten koste gaat van de groei en gezondheid van de appelboom zelf. Vooral in een pot is iedere druppel hard nodig, gezien de grond in potten nog veel sneller uitdroogt.

bloemknoppen

Let goed op! Heb je een appelras dat vroeg bloeit? Vóór half mei (ijsheiligen) is er nog steeds kans op vorst. Met name in maart en april, wanneer zeer vroege rassen gaan bloeien, is er nog volop kans op vorst aanwezig. De bloesem van je appelboom kan hierdoor stuk vriezen. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een appelboom die geen appels geeft dit jaar. De boom zal wel bloeien, maar het stuifmeel is niet langer vruchtbaar. Je kunt dit trouwens heel goed voorkomen door het weer in de gaten te houden. Met een plastic zak of noppenfolie over het boompje wil het meestal wel lukken, maar het volgende klinkt wel heel gek (maar werkt juist erg goed). Door je appelboom te besproeien met water vlak voor het gaat vriezen, creëer je het effect van een isolerende "iglo" rondom de knoppen. Als de knoppen open staan werkt dit averechts.

bloemen

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

footer wave afbeelding