plant banner

Spinazie

Spinacia oleracea

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
Alles
Vroege voorjaarsteelt
Voorjaarsteelt
Zomerteelt
Herfstteelt
Winterteelt
Kweekkas winter

1℃

6℃

5 CM
 

5 CM
 

Alles over spinazie

Soorten

rondzadige spinazie

Spinazie groeit ook in het wild. Er zijn hoofdzakelijk twee verschillende soorten spinazie, rondzadige en scherpzadige spinazie. De scherpzadige spinazie is meestal wilde spinazie, een groot soort met iets stugger en puntiger blad. De gewone spinazie is vaak rondzadige en maakt dan ook meer afgeronde, ovaalvormige blaadjes die er iets minder scherp uitzien. Dan heb je ook nog Nieuw-Zeelandse spinazie, wat op dezelfde manier wordt gebruikt maar een hele andere plantensoort is.

scherpzadige spinazie

Gevaren

Spinazie wortelt niet heel diep, dus is makkelijk in kleinere potten en bakken te kweken. Daar komt wel een uitdaging om de hoek kijken, omdat de grond aan de oppervlakte (en in kleine potten of bakken) snel uitdroogt. Vooral met de zon erop vormt dit een hoog risico. Gekukkig kan spinazie ook bij minder zonlicht uitstekend groeien, dus zet de kleine plantjes vooral op een iets meer schaduwrijk plekje en dan vooral in de zomer. Hiermee voorkom je uitdroging.

Vermeerderen

spinazie zaailingen

Spinazie blijft een klein plantje, daarom zaai je de zaden liever direct op de plaats waar je het wilt hebben. Dat kan soms al aan het einde van de winter, want spinazie is goed bestand tegen lage temperaturen. Omdat het plantje zo klein blijft kun je ze breed uitstrooien over de plaats waar je ze wilt hebben, net als bij veldsla. Je hoeft spinazie door het handige kleine formaat ook niet zo snel uit te dunnen, de plantjes zitten elkaar meestal niet in de weg. Zaai spinazie liever in het (vroege) voorjaar of in het najaar, want in de zomer en bij warm weer schiet spinazie snel door. Wil je toch liever voorzaaien? Doe dit dan direct in een pot of bak van het juiste formaat, zodat je de plantjes straks alleen nog met bak en al hoeft te verplaatsen.

Algemeen

spinazie plant

Spinazie is een erg makkelijk te kweken plantje dat het ook bij koud weer erg goed doet. Als het weer een beetje meezit kan je spinazie zelfs in februari al direct buiten zaaien, maar met minder risico zaai je spinazie net zo goed binnen voor in een grote pot of bak waarbij je niet meer hoeft te verspenen. Spinazie blijft ook erg klein, iedereen heeft er wel ergens ruimte voor. Ook groeit spinazie uitstekend op schaduwrijke plekken, zeker in de zomer en bij warm weer. Dit alles maakt spinazie een ideale plant voor wie nog nooit iets heeft gekweekt en graag eens ergens mee wil beginnen.

spinazie planten

Wanneer je spinazie al vroeg in het jaar kweekt kan je er nog best lang van oogsten, maar bij hogere temperaturen zal het plantje sneller doorschieten (vroegtijdig gaan bloeien). Dat is niet erg als je de zaden ervan wilt oogsten, dat kan natuurlijk altijd. Maar tijdens en na de bloei smaakt het blad niet meer zo lekker en bevat dit meer nitraat dan voorheen. Wees daar dus voorzichtig mee.

spinazie bloemen

Bodem

Spinazie heeft vooral behoefte aan een constant licht tot matig vochtige bodem, want als bladgewas heeft het wel wat water nodig. Zorg dan wel dat de bodem niet volledig uitdroogt of compleet doorweekt raakt, dat is natuurlijk slecht voor de plant. Op een doorlaatbare bodem groeit spinazie het beste. Op kleigrond groeit spinazie ook nog wel een beetje, het plantje wortelt gelukkig niet zo erg diep, maar op kleigrond verloopt de groei wel ontzettend traag en krijg je eerder last van kwaaltjes. Een doorlaatbare bodem blijft toch echt het beste, bijvoorbeeld door een bak te vullen met potgrond.

spinazie in rijen

Het toevoegen van compost en organisch materiaal maakt de bodem zeker een stuk doorlaatbaarder. Op vette klei kan je tegelijk ook flink wat brekerzand doormengen om de bodem luchtiger en beter doorlaatbaar te maken. Een zachte bodem zorgt voor een snellere groei. Spinazie doet het in principe op alle grondsoorten die niet zuur zijn, maar zoals hierboven genoemd gaat de voorkeur dus absoluut en 100% zeker uit naar een doorlaatbare bodem. Een grond waar het kleine plantje makkelijk in kan wortelen.

Bemesting

Veel voeding heeft spinazie niet nodig, maar het is wel aan te raden om gedurende de (korte) groeiperiode wat extra's te geven. Kies dan vooral een algemene organische meststof, zoals een meststof voor moes- en kruidentuin. Een beetje extra stikstof helpt bij de bladvorming van de plant. Bedenk je dan wel heel goed dat spinazie hierdoor meer nitraat aanmaakt (zie het kopje "gevaren").

Oogsten

Je kunt spinazie al heel jong oogsten. Dan heb je heel weinig spinazie maar is het plantje wat verser van smaak, lichter gekleurd en bevat de spinazie ook meer gezonde bestanddelen. Je kunt ook gedurende de groei van de spinazie steeds wat blaadjes afknippen. Knip dan de grootste blaadjes af zodat de kleinere verder groeien. Ook na de oogst groeit de plant dan vaak nog even verder, waardoor je nog een tweede en soms zelfs derde keer kunt oogsten. Zo heb je meer profijt van je veldje met gezaaide spinazieplantjes. Als je de grootste blaadjes afknipt zijn die vaak wat harder en knapperiger. Je hebt er bovendien wat minder van nodig voor een maaltijd, al blijft het toch een klein plantje. Let wel op bij het bewaren van spinazie, want na de oogst blijft spinazie niet heel lang vers meer.

oogst afbeelding

Gebruiken

Spinazie is zeer gezond maar kent ook wat haken en ogen. Je kunt spinazie niet lang bewaren en daarom eet je dit het liefst zo snel mogelijk na het oogsten. Spinazie verwerk je in salades samen met bijvoorbeeld kropsla en andere slasoorten. Je kunt spinazie natuurlijk ook gewoon koken, al heb je dan veel meer nodig omdat het tijdens het koken heel erg krimpt. Als je van plan bent om het te koken kun je beter wat meer zaaien.

Conserveren

Spinazie gebruik je het beste direct van de plant, want het blijft zelfs in de koelkast maximaal enkele dagen houdbaar. Spinazie kan je ook eerst blancheren en vervolgens direct invriezen. Dan blijft het nog ongeveer een jaar houdbaar.

Gezondheid

"Van spinazie wordt je groot en sterk!" dat is wat er vaak wordt geroepen, en dat klopt toch wel een beetje! In Spinazie zitten vooral bergen aan vitamine A, B11 en K. Met name dat eerste is goed voor je huid en weerstand. Spinazie versterkt de spieren, maar dat is slechts één van de vele gezondheidsvoordelen. En het zijn er een hoop, die voordelen. Spinazie bevordert de spijsvertering en groei bij kinderen (de uitspraak van vroeger klopt), maar spinazie is ook goed voor het geheugen en voor je ogen. Naast de genoemde vitaminen bevat spinazie ook vitamine C en B6, evenals diverse mineralen. Omdat spinazie laag in calorieën is, is het plantje ook goed voor bijna ieder dieet.

Teeltwijze

Spinazie is een bladgewas. De ideale voorteelt is een koolgewas en de ideale nateelt is een vruchtgewas, volgens de principes van wisselteelt.

Spinazie kan goed worden gecombineerd met (goede buren):
Aardappel

Spinazie kan slecht worden gecombineerd met (slechte buren):
Biet

Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in mei

plant thumbnail

Komkommer plant icon
Cucumis sativus

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Komkommers kan je het beste afharden. Laat ze langzaam wennen aan de omstandigheden buiten. Vanaf half mei kan je komkommers pas echt buiten zetten. Je kunt ze iets eerder of iets later laten wennen, maar houd het weer dus extra goed in de gaten. Zonnebrand op de blaadjes van jonge planten is makkelijk te voorkomen door de plant iets beschutter te zetten, al is het maar tijdelijk.

Komkommers maken veel hechtrankjes en zijscheuten. Ze hebben dus eigenlijk iets nodig om langs te klimmen. Je kunt een komkommerplant mooi recht laten klimmen langs een touw naar het dak van de kas. In de kas groeit een komkommer vaak het beste. Je kunt de plant ook langs een hele lange stok laten klimmen, langs een net, tegen een trellis of (beton)gaas, recht of schuin omhoog. Komkommerplanten kan je ook laten kruipen, gewoon over de grond. Dit werkt het beste bij komkommerplanten in pot, liever niet in de volle grond. Bedenk je goed dat de plant, het blad ervan maar ook de vruchten, de grond zullen raken. Daarmee wordt de kans op schimmels een stuk groter.

komkommer vruchtbeginsel

Het bestuiven van een komkommerplant is, in tegenstelling tot wat ik vroeger altijd dacht, helemaal niet nodig. Tenzij je zaden wilt oogsten, dan namelijk wel. Het bestuiven van de komkommer is vooral bedoeld om de zaden vruchtbaar te maken. Een goed bestoven bloem maakt een vrucht met harde en levensvatbare zaden. Een niet of slecht bestoven bloem maakt vruchten met vooral veel zachte en lege zaden. Dit laatste is natuurlijk lekkerder om van te eten. Niemand houd van een komkommer met stevige zaden aan de binnenkant. Mocht je een komkommer willen oogsten voor de zaden, wacht dan tot de komkommer volledig geel is gekleurd. Dan is de vrucht namelijk "rijp".

komkommer vruchtbeginsel

Je kunt vaak de verschillende komkommer rassen al een beetje onderscheiden als je het vruchtbeginsel achter de bloemetjes ziet zitten. Vergelijk de hierboven getoonde foto maar eens met de foto ervoor. Beiden zijn komkommers, het ene ras maakt wat stekelige en ruwere komkommers. Het andere ras maakt kleinere, gladde snackkomkommers. Beiden waren overigens erg lekker!

Lees meer...

plant thumbnail

Yacón plant icon
Smallanthus sonchifolius

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Yacón is een meerjarige plant maar helaas niet winterhard, dus deze wordt doorgaans als éénjarige gekweekt. Het beste zet je de plant -net als de familieleden zonnebloem en aardpeer- in de volle zon. Je kweekt de broedbollen binnenshuis op en plant ze na ijsheiligen (half mei) buiten of in de kweekkas uit. Je kunt de planten dan gewoon in de grond zetten met voldoende afstand tot elkaar. De planten worden tevens erg groot (ongeveer 2 meter hoog).

Lees meer...

Buiten zaaien in mei

In kas planten in mei

plant thumbnail

Muismeloen plant icon
Melothria scabra

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Muismeloen, ook wel "cucamelon" genoemd, is qua groei een beetje vergelijkbaar met de komkommer en de meloen. De plant groeit op de zelfde wijze, maar dan wel met een stuk kleinere blaadjes. De plant maakt ook hechtrankjes en heeft iets nodig om langs omhoog te klimmen. Je kunt de muismeloen langs een draad naar het dak van de kas laten groeien, langs een stok, een trellis of betongaas. Ook buiten de kas groeit het plantje best goed. Zet de muismeloen altijd op een plekje in de volle zon, de plant groeit slecht in de halfschaduw.

De muismeloen of cucamelon mag niet vóór half mei naar buiten. Het beste is om de plant voor je deze buiten zet eerst af te harden. Dat is het laten wennen aan de nieuwe omstandigheden. Zet de muismeloen eerst een paar uurtjes buiten in de warme zon, na enkele dagen een paar uurtjes langer. Net zo lang tot je de plant dag en nacht buiten kunt laten staan. Je kunt de muismeloen trouwens ook laten kruipen, net als meloenen en komkommers, maar bedenk je dan wel het volgende: Het blad, de vruchten en andere delen van de plant raken de -vaak vochtige- grond. De kans op schimmels en infecties neemt hierdoor enorm toe. Dit is te voorkomen door de weerstand van de plant te verbeteren (zie ook onder het kopje "voeding").

Eigenlijk is de cucamelon of muismeloen een meerjarig plantje. Ondergronds maakt het plantje een soort langwerpige knolletjes die wat de diepte in gaan, wat opvallend is voor dit soort plant. Muismeloen is makkelijk op te kweken uit zaadjes, maar wie het leuk lijkt kan de knolletjes overwinteren. Zet de pot of bak dan op een tamelijk warme en zeker vorstvrije plek gedurende de hele winter. In het voorjaar zullen de knolletjes opnieuw gaan uitlopen en groeit het plantje opnieuw uit. Je kunt dan mogelijk zelfs iets eerder oogsten dan wanneer je de muismeloen opkweekt uit zaadjes. De muismeloen of (cucamelon) hoeft niet met de hand te worden bestoven.

Bij de muismeloen of cucamelon is het extra belangrijk om op de omgeving te letten. De juiste temperatuur, niet te koud, maar ook niet te veel of te weinig water. Als de omgeving niet goed is zal de plant mogelijk toch bloemetjes maken, maar dan vallen deze af en groeien ze niet uit tot vruchtjes. Je kunt de beginnende vruchtjes herkennen aan het bloemetje met een vruchtbeginsel erachter, zoals op de foto hieronder.

muismeloen bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Tomaat plant icon
Solanum lycopersicum

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De tomaat is zeker niet de makkelijkste plant om te kweken, want het is geen onderhoudsarme plant. Het blijft ieder jaar wel een leuke uitdaging natuurlijk. De makkelijkst te kweken tomaat is de cherrytomaat, ook wel kerstomaat genoemd. Deze is vaak beter bestand tegen het weer hier en hoef je niet te dieven (het verwijderen van zijscheuten). Vleestomaten en andere soorten zijn iets lastiger. Bij tomaten moet je echt zorgen voor consistentie in de omgeving. Tuurlijk, temperaturen kunnen schommelen, maar houd de bodem het liefst constant licht vochtig en de omgeving zo rond dezelfde temperatuur. Grote wisselingen werken aandoeningen in de hand, tomaten zijn gevoelig voor fasciatie en schimmelziektes zoals neusrot.

Tomatenplanten groeien eigenlijk alleen goed in de volle zon. De plant zelf zal misschien wel groeien, maar altijd iets minder als deze niet zo veel zonlicht krijgt. Maar het belangrijkste van alles is dat de vruchten niet (goed of snel genoeg) kunnen afrijpen als de plant onvoldoende zonlicht krijgt. Dan heb je aan het einde van de jaar een tros tomaten die niet rood wil worden, om maar een voorbeeld te noemen. Dit houd je altijd, want de herfst komt vroeg of laat, maar met voldoende zonlicht kan je vaak net die 2 trossen extra oogsten omdat de tomaten sneller afrijpen.

Je kweekt een tomatenplant het beste in een kweekkas met voldoende ruimte, maar vergis je niet. Ook in de buitenlucht is het kweken van tomaten namelijk heel goed te doen! Houd er rekening mee dat je de planten bij (hevige) regenval even onder een afdakje zet als je ze in de buitenlucht kweekt. Te veel water in de bodem werkt neusrot in de hand. Ook zal je bijna alle tomatenplanten moeten opbinden langs een stevige (bamboe)stok of draad naar het dak van de kas. Je wil natuurlijk niet dat de planten afbreken als je er tegenaan loopt, als het waait, of als de tomaten die aan een tak hangen te zwaar worden. En dit laatste brengt mij bij het volgende:

tomaat dieven

Tomatenplanten maken in iedere bladoksel ook zijscheuten. Deze noemen we "dieven" en zijn goed te zien op de foto hierboven. Dieven is bij alle tomaten belangrijk, met uitzondering van kerstomaten. Niet verplicht, maar eigenlijk toch wel een beetje noodzakelijk. Tomatenplanten maken veel zijscheuten, in iedere bladoksel komt weer een nieuwe zijtak te zitten. Deze zijtakken breken makkelijker af omdat deze niet verticaal omhoog groeien maar zijlinks, waardoor het gewicht vol op de tak komt te zitten. Bovendien kan je één rechte hoofdstam makkelijk langs een stok of draad leiden, maar al die kleine zijtakken niet. Ze zijn dus kwetsbaar en kosten de plant alleen maar energie, die de plant beter kan gebruiken voor het maken van tomaten die wel blijven zitten.

tomaat bloemknoppen

Dan nog de bestuiving, want tomatenplanten zal je met de hand moeten bestuiven. Gelukkig hoef je niet langs ieder bloemetje te gaan, maar het is wel iets om rekening mee te houden. De meeste rassen tomaten maken gesloten bloemen, wat betekend dat er geen insecten bij kunnen komen. In het wild worden de planten bestoven door de wind, waardoor stuifmeel binnen in de bloem, intern zeg maar, wordt overgebracht. Zonder wind (in een kweekkas) en zonder dat insecten erbij kunnen, wordt de bestuiving erg lastig. Tik daarom een aantal keer stevig (maar wel voorzichtig) tegen de stam van de plant. Zo veroorzaak je trillingen waardoor de plant zichzelf bestuift. Je kan de plant ook zachtjes heen en weer schudden, uiteraard ook voorzichtig.

vleestomaat groot

Tomatenplanten, zeker de grotere soorten zoals vleestomaten, krijgen vaak last van fasciatie. Een verschijnsel waarbij vergroeiingen en misvormingen van bloemen, takken en vruchten ontstaan. Niets om je zorgen over te maken, het levert leuke resultaten op. Soms krijg je hele grote tomaten die met elkaar vergroeid zijn, meestal vanuit evengoed vergroeide bloemen die je al snel kunt herkennen, waardoor je een soort "tweeling" tomaat krijgt. Je kan ze het beste toch verwijderen, want dit soort vergroeide vruchten lopen een verhoogd risico op schimmels. Dat is zonde, want ze kosten de plant veel energie die beter gebruikt kan worden voor de vruchten die wel goed blijven.

tomaat fasciatie vrucht

Hier heb ik nog een voorbeeld van fasciatie bij de bloemen van tomatenplanten (zie de foto hieronder). Als je dit ziet bij de bloemen van je tomatenplant dan krijg je bijna altijd een vrucht met fasciatie zoals vergroeiing met elkaar. De bloem op de foto zijn eigenlijk twee bloemen die helemaal met elkaar vergroeid zijn geraakt. De plant in kwestie was een vleestomaat, bij de gewone tomaten komt dit een stuk minder voor (maar nog steeds wel af en toe).

tomaat fasciatie bloem

Lees meer...

plant thumbnail

Meloen plant icon
Cucumis melo

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Meloenen hebben als eerste veel warmte nodig, en veel zonlicht natuurlijk. Zoals hierboven genoemd, en ik benadruk het nog maar even, zijn meloenen net als komkommers gevoelig voor zonnebrand. De jonge plantjes kan je beter eerst afharden (lees hierboven bij het kopje "ontkiemen"). Meloenen staat graag op een plekje in de volle zon. Meestal staat de kas wel in de volle zon, maar wie het buiten de kas probeert kiest het beste de meest zonnige en warme plek in de tuin uit. In een (hele ruime) pot, in de buurt van een muur en op een terras (tegels) wordt de grond veel warmer dan ergens in de open grond.

Eenmaal uitgeplant hebben meloenen iets nodig om langs omhoog te klimmen. De steeltjes van de meloenen kunnen knappen als de vrucht te zwaar wordt, de meloenen kunnen stukvallen en de hele plant stuktrekken in hun val naar beneden. Meloenen kweek je dus liever schuin omhoog, langs een schuin hekwerk, betongaas, trellis, een schuin muurtje of wat dan ook. Ergens waar je de meloenen kunt vastbinden of waar je de vruchten op kunt leggen ter ondersteuning. Je kunt meloenen ook -net als komkommers- laten kruipen maar dit werkt schimmels in de hand, met name wanneer het blad en de vruchten de vochtige bodem raken.

In tegenstelling tot komkommers, hebben meloenen wel een goede (handmatige) bestuiving nodig. Vrouwelijke bloemen (met vruchtbeginsel) die niet zijn bestoven, zullen van de plant vallen. Deze bloemen hebben geen nut meer en de plant verwerpt ze, om energie naar andere bloemen te laten gaan. Je bestuift een meloen door het stuifmeel van de mannelijke bloemen over te brengen op de vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zijn te herkennen aan het kleine, ronde of ovaalronde (vaak harige) vruchtbeginsel achter de bloem. De mannelijke bloemen hebben dat niet. Je kunt een mannelijke bloem plukken en daarmee tot 3-5 vrouwelijke bloemen bestuiven door de bloemen tegen elkaar te drukken (uiteraard wel zachtjes). Je kunt ook een wattenstaafje of kwastje gebruiken om het stuifmeel over te brengen.

meloen vruchtbeginsel

Lees meer...

plant thumbnail

Aardbei plant icon
Fragaria

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Aardbeien zijn meerjarige planten, alleen gaat na 2 jaar waarschijnlijk de opbrengst achteruit. De kans op schimmels en ziektes wordt groter naarmate de aardbeienplantjes ouder worden. Je kunt ze in principe zo lang laten staan als je wilt, tot ze niet meer op komen en zijn overleden. Voor de beste resultaten plant je iedere 2 jaar of zelfs ieder jaar nieuwe aardbeienplantjes. Aardbeienplanten kunnen verschrikkelijk veel uitlopers maken. Hoe meer uitlopers een aardbeienplant maakt, hoe minder energie de plant over heeft voor de aanmaak en groei van de aardbeien zelf. De plant doet nu eenmaal wat deze hoort te doen: zich op de makkelijkste en snelste manier voortplanten. Het is geen vereiste, maar voor meer (en grotere) aardbeien kan je de uitlopers het beste verwijderen. Aan het einde van het jaar, als de meeste vruchten van de plant af zijn, kan je een paar uitlopers laten zitten die je opkweekt tot nieuwe planten voor volgend jaar. Kies dan de planten die het meest productief zijn geweest.

Aardbeien zet je het liefste in de volle zon en geef je regelmatig water. Op droge grond, zeker in de zomer, gaan de planten bijna direct slap hangen. Kies dus voor een plekje waar veel zonlicht komt, maar als het kan waar alléén de bodem schaduw heeft. Door stro rondom de planten te leggen voorkom je het uitdrogen van de bodem, maar je voorkomt ook dat de vruchten de grond raken en worden opgegeten door beestjes uit de bodem. Een bijkomend voordeel is dat stro vergaat na verloop van tijd. Het wordt compost waarmee de bodem tegelijk wordt verrijkt. Als alternatief kan je ook een gronddoek gebruiken waarmee je de volledige bodem bedekt, op een paar gaten na waar de planten staan. Het grote voordeel hiervan is dat zelfs uitlopers geen kans meer maken. Deze raken de grond niet en de planten zullen dus niet gaan woekeren. Het is alleen nog wel nodig om ze met de hand te verwijderen natuurlijk.

aardbei uitlopers

Vooral de bosaardbei is de koning der uitlopers. Het verwijderen ervan is bij dit soort aardbei bijna onbegonnen werk, maar dit maakt de bosaardbei wel een zeer geschikte bodembedekker. Slechts een paar plantjes kunnen binnen één zomer meerdere vierkante meters bedekken. Je komt er alleen wel weer moeilijk vanaf, dus bedenk je altijd goed waar je ze plant en dat dit zo goed als permanent is. Bosaardbeitjes zijn leuk om eens uit te planten op lege plekjes waarvan je niet weet wat je ermee moet doen. Dat ene vergeten hoekje in de moestuin waar best veel schaduw is, bijvoorbeeld. Bosaardbeitjes groeien ook erg goed in de halfschaduw, maar als je ze kweekt voor de vruchtjes om te eten dan kan je ze het beste in de volle zon zetten. Bosaardbeitjes hebben nog minder verzorging nodig dan gewone aardbeien.

Lees meer...

Buiten planten in mei

plant thumbnail

Pepino plant icon
Solanum muricatum

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Pepino, die ook wel "meloenpeer" wordt genoemd, is een vruchtgewas dat veel behoefte heeft aan warmte en zonlicht. Hoewel de plant bij minder zonlicht toch aardig zal groeien, is de volle zon nodig voor het vormen van de vruchten die de plant maakt. De meloenpeer of pepino wordt ook vaak als sierplant gehouden, gewoon binnenshuis. Het is eigenlijk een meerjarige plant. Als je pepino op de juiste manier weet te overwinteren, kan deze volgend jaar verder groeien. Kies hiervoor in de winter een warme, zeker vorstvrije en lichte plek uit. Een vensterbank op het zuiden of een verwarmde serre zijn ideaal.

Pepino heeft een zeer lang seizoen nodig. Je zaait de plant al heel vroeg in het jaar, het liefste in januari of februari al. Later kan ook, maar hiermee duurt het langer voor (en wordt het onzekerder of) je vruchten krijgt. Vanaf half juni kan het plantje buiten staan, vanaf half mei kan dat al in de kas. Doe het ook zeker niet eerder, vorst maar óók wat lagere temperaturen zijn een grote boosdoener. De vruchten van pepino hebben heel lang nodig om te groeien en rijpen. Als het buiten of in de kas te koud wordt zal je de plant binnen moeten zetten. Daar rijpen de vruchten verder af. Soms is dat pas in december en het kan bij uitzondering zelfs in januari volgend jaar zijn. Vanaf het opkomen van de zaden duurt het ongeveer 9 maanden voor de vruchten van de pepino rijp zijn.

Heb je al meerdere jaren een pepino staan die het erg goed doet? Dan kan je deze makkelijk vermeerderen door kopstekken te nemen. De groeipunten zijn goed levensvatbaar en wortelen makkelijk. Dat is als de plant eenmaal goed groeit, niet in een vroeg stadium. Te vroeg zou zijn in de zomer van het eerste groei-jaar van de plant. Takken die je op dat moment verwijderd kan de plant eigenlijk niet missen. Stekjes maken is vooral vanaf het tweede jaar heel erg makkelijk.

Lees meer...

plant thumbnail

Pompoen plant icon
Curcubita pepo

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Pompoenen worden groot, maar vooral erg breed. Geef de plant dus voldoende ruimte door de plantafstand op te volgen (wordt bovenaan deze pagina genoemd). De plant wordt niet alleen erg groot maar groeit ook supersnel. Daarom kan je deze dus ook wat later in het jaar zaaien, maar het leukste is natuurlijk dat je ook snel kunt oogsten. Zet de pompoen op een warm en zonnig plekje in de tuin, in de volle zon, dan heb je weinig verdere zorgen. De planten hebben weinig verzorging nodig.

pompoen mannelijke bloem

Pompoenen maken mannelijke bloemen (foto hierboven) en vrouwelijke bloemen (foto hieronder). De mannelijke bloemen verschijnen altijd als eerste aan de plant en zijn makkelijk te herkennen. Deze mannelijke bloemen hebben namelijk geen vruchtbeginsel achter de bloem zitten. Zelfs in het begin als je alleen nog de bloemknop ziet, herken je dus al dat het om een mannelijke bloem gaat. De (gele) bloemen staan ook meer open en je kan de binnenkant van de bloem duidelijk zien.

pompoen vrouwelijke bloem

Later verschijnen ook de vrouwelijke bloemen, die weer makkelijk te herkennen zijn aan het vruchtbeginsel achter de bloem. De vrouwelijke bloemen zijn vaak meer gesloten. Bestuiven is eigenlijk niet nodig, dat doen insecten maar al te graag. De pompoen is een geliefde plant bij hommeltjes en bijtjes. Als je twijfelt of de plant voldoende bestoven is dan kan je het natuurlijk ook zelf doen met de hand. Sommige vrouwelijke bloemen zullen van de plant vallen als gevolg van een slechte bestuiving, als er geen bestuivers aanwezig zijn om de plant hierbij te helpen.

pompoen vruchtbeginsel

Lees meer...

Oogsten in mei

Snoeien in mei

plant thumbnail

Kiwi plant icon
Actinidia chinensis

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

De kiwi komt uit het verre oosten en groeit het beste in een overwegend tropisch klimaat. Het is eigenlijk een slingerplant. De meeste kiwi rassen bij kwekers vandaan zijn matig winterhard. Dat betekend dat zij de vorst kunnen overleven, maar dat je ze bij strenge vorst het beste een beetje in bescherming neemt. Ook kan je de kiwi in een pot houden, maar kies dan wel een zeer grote potmaat en stel de bodem zorgvuldig samen. Het kweken van een kiwi lukt het beste als er geen concurrentie is. Dat betekend dat er geen andere planten onder groeien die vocht en voeding wegnemen. De grond onder de kiwi houd je dus het liefste kaal.

De kiwi kan aardig weelderig groeien. In gebieden waar deze oorspronkelijk vandaan komt groeien kiwi's vaak als onkruid, slingerend tussen andere planten door als een soort liaan. In de tuin, zelfs in ons klimaat, kan een kiwi de gevel van een woning volledig overgroeien. De plant kan in tropische gebieden goed in de schaduw van andere planten groeien, maar voor de teelt van de vruchten kan je de kiwi hier beter in de volle zon zetten. Dit is beter voor het rijpen van de vruchten.

Omdat een kiwi een slingerplant is, heeft deze iets nodig om langs te kunnen slingeren. Echt een klimplant is het niet, hij maakt geen hechtrankjes of zuignapjes. De takken slingeren zich over bestaand materiaal heen en blijven zo liggen. Wil je de kiwi ergens langs laten klimmen? Dan heeft deze mogelijk wat hulp nodig. Leid de kiwi een beetje, dan zoekt deze zelf de weg verder. Kies bij voorkeur wel iets stevigs. Na enige tijd zullen slingerende uitlopers verhouten, wat de nodige schade aan kan brengen als je de kiwi enkel langs een dunne rozenboog leid. Kies dus vooral iets stevigs uit als plantensteun, zoals een stevige pergola van houten balken en tuinpalen.

Gedurende de groei zal de hoofdtak van de kiwi, waar alle zijscheuten aan groeien, zich verder en verder ontwikkelen. Het is daarbij van belang dat je deze hoofdtak de nodige ondersteuning geeft. Leid de hoofdtak langs een paal, pergola of waar je de kiwi langs wilt laten groeien, en bind deze hierlangs op. De hoofdtak is het hoofd-groeipunt van de plant. Deze snoei je daarom niet terug.

Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

footer wave afbeelding