plant banner

Kiwano
Cucumis metuliferus

light icon water icon soil icon winter icon

JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
DEC
Alles
Kweekkas
Buiten
  Binnen (voor)zaaien
  Binnen (uit)planten
  Buiten (voor)zaaien
  Buiten (uit)planten
  Oogstperiode
  Snoeiperiode


20℃

15℃

40 CM

40 CM

Kiwano levenscyclus / tijdlijn:

Kiwano kweken

Kiwano algemene verzorging

Hoe kweek je kiwano? Kiwano kweken is een flinke uitdaging. Je hebt er een kas voor nodig in de volle zon. Kiwano heeft namelijk veel zonlicht nodig om goed te groeien. Toch zet je een kiwano het beste op een beschut plekje. Bij het kweken van kiwano in een kas is deze beschermd tegen weersinvloeden. Kiwano komt van oorsprong uit Kalahari, Afrika. Een warm en erg droog gebied.

Kiwano kan ontzettend gaan woekeren. De plant maakt net als de komkommer en meloen -waar deze dan ook familie van is- veel uitlopers. Ook deze uitlopers maken weer uitlopers. Als je een kleine kweekkas hebt of de ruimte nodig hebt, verwijder dan zo veel mogelijk zijscheuten, Houd er een paar over en geef die alle ruimte om te groeien.

Kiwano kweken lukt het beste tegen een groot hekwerk, een trellis tegen een muur, een stuk betongaas en vrijwel al het andere waar de plant langs kan klimmen. Je kunt kiwano ook laten kruipen als je daar de ruimte voor hebt. Dit werkt bij de teelt voor de vruchten ook bijzonder goed, mits het niet te veel regent. Regen betekend een grotere kans op schimmels.

Kiwano zaaien en planten

Wanneer kiwano zaaien? Kiwano zaai je eigenlijk iets eerder dan je een komkommer zou zaaien. De plant heeft een iets langer zomers seizoen nodig om tot vruchtzetting te komen. Zaaien doe je binnen in de vensterbank of een verwarmde en verlichte propagator. Het beste doe je dit in ruime kweekpotjes van bijvoorbeeld P9 formaat (9x9 cm). Zo kan je de plant met genoeg ruimte opkweken.

Kiwano kan pas na half mei in de kweekkas worden uitgeplant. Zet je de kiwano buiten? Kies dan een warme en zonnige maar beschutte plek in de moestuin, of kweek kiwano in een grote pot op het terras. Dit laatste helpt een klein beetje om de plant in toom te houden. De beperkte wortelruimte maakt dat de plant iets kleiner blijft. Ideaal voor de groei en ontwikkeling is dit echter niet. Het beste blijft de teelt in de volle grond in een kweekkas.

Kiwano water geven

Hoeveel water geef je een kiwano? Een licht vochtige tot droge bodem is prima, zo lang deze maar niet te lang uitgedroogd blijft. Geef de plant bij warm en droog weer een paar keer per week water. In de kweekkas regent het niet en zal je misschien iets vaker water moeten geven. Geef de plant 2 tot 3 liter water per beurt. Zorg dat de bodem de kans krijgt om op te drogen. Geef op minder doorlaatbare grondsoorten ook een stuk minder water.

Kiwano grondsoort

Welke grondsoort voor kiwano? Kiwano kweken lukt het beste op een doorlaatbare bodem. De warme en droge gebieden waar de plant van oorsprong vandaan komt, verraden een klein beetje hoe de bodem mag worden samengesteld. Zorg dat overtollig water makkelijk weg kan, bijvoorbeeld door zand toe te voegen aan de potgrond of (moes)tuinaarde die je gebruikt. Kweek kiwano bij voorkeur op een heel licht zure tot neutrale bodem. Vermijd het kweken op een zure grondsoort, hierdoor rem je de opname van voedingsstoffen.

pH-waarde (zuurtegraad):
6.0
7.0
ZUUR BASISCH

Kiwano bemesting

Welke meststof gebruik je voor kiwano? De beste meststof voor het kweken van kiwano heeft bij benadering een NPK samenstelling van 10-10-10 of 8-10-10 of 1-2-2. Wat is NPK?

Welke bemesting voor kiwano? Houd bij het kweken van kiwano rekening met de sterke behoefte aan voeding. Als vruchtgewas kan een kiwano in het begin veel gebruiken. Geef tijdens de ontwikkeling van het blad en de stengels een sterke maar gebalanceerde meststof. Pas tijdens de bloei een lichtere meststof toe die iets minder stikstof bevat. Het geven van extra kalium is aan te raden.

Ideale NPK samenstelling:

N10
P10
K10

Alternatieve NPK samenstelling:

N8
P10
K10

Alternatieve NPK samenstelling:

N1
P2
K2

Kiwano bestuiven

Moet je kiwano bestuiven? Het bestuiven van de kiwano is nodig om vruchten te krijgen. Een groot deel van de bestuiving wordt gedaan door insecten zoals bijtjes, hommeltjes en (zweef)vliegjes. Om meer zekerheid te krijgen dat je kunt oogsten, kan je de kiwano met de hand bestuiven. Kiwano is een éénhuizige plant met éénslachtige bloemen. Dat wil zeggen dat de plant mannelijke en vrouwelijke bloemen maakt, maar dat deze op dezelfde plant zitten.

Hoe bestuif je kiwano? Als eerste verschijnen de mannelijke bloemen. Deze zijn bedoeld om bestuivers aan te trekken. Na een tijdje zal je ook vrouwelijke bloemen zien. Achter de vrouwelijke bloemetjes zit een klein en stekelig vruchtbeginsel. Om de kiwano te bestuiven neem je een mannelijke bloem en breng je het stuifmeel over naar de vrouwelijke bloem. Dit kan je doen door de mannelijke bloem te plukken, maar het lukt ook met bijvoorbeeld een wattenstaafje.

Wanneer kiwano oogsten

Wanneer kan je kiwano oogsten? Een kiwano is pas echt rijp als deze helemaal geel is gekleurd. Er is echter een noemenswaardige kans dat dit niet gebeurd voor de winter. De plant zal dan al afsterven nog voor de vruchten rijp zijn. Een ramp is dit niet, want ook groene vruchten kan je plukken. Deze moeten dan wel groot genoeg zijn.

De exacte oogsttijd is lastig te bepalen. Kiwano heeft een lang en warm seizoen nodig om vruchten te maken. Zijn de vruchten nog niet geel maar sterft de plant al langzaam af? Laat de vruchten dan niet te lang zitten om schimmel te voorkomen. Pluk de vruchten die al een klein beetje geel zijn, of waar gele spikkeltjes op zitten. De gedeeltelijk gele vruchten kunnen nog maanden narijpen op de fruitschaal. Deze blijven al die tijd gewoon vers.

oogst afbeelding

Hoe eet je kiwano? De meest populaire manier om kiwano te eten is door deze uit te lepelen. De binnenkant van de vrucht bestaat uit groen, gelei-achtige vruchtvlees zakjes met daarin pitjes. Je eet een kiwano dan een klein beetje zoals je ook een passievrucht eet. De vrucht kan dus rauw worden gegeten. Je kunt kiwano uitstekend gebruiken als garnering en door een salade.

dwarsdoorsnede kiwano

Een groen (met gele spikkeltjes) of deels geel geoogste kiwano kan je nog maanden laten narijpen op de fruitschaal. Het kan zomaar dat je een in november geoogste, groene kiwano pas begin februari kunt eten. De vrucht blijft dan al die tijd goed. Een geel geoogste kiwano kan je meestal ook nog enkele maanden bewaren. Vaak is dit nodig om de vrucht na te laten rijpen. Een volledig gele vrucht kan je nog laten narijpen tot deze een klein beetje oranje wordt. Dan is de kiwano op z'n lekkerst.

Kiwano snoeien of dieven

Moet je een kiwano snoeien of dieven? Ja, een kiwano kan je het beste dieven. Bij het kweken van kiwano merk je heel snel dat deze veel uitlopers maakt. De plant kan hierdoor ook enorm gaan woekeren. Soms kan de plant zelfs de hele kas begroeien. Dat is als je de plant niet in toom weet te houden. Houd dus een aantal uitlopers aan die je alle ruimte geeft. De rest kan je beter gewoon verwijderen. Hiermee stimuleer je ook de aanmaak van bloemen en dus vruchten.

zijscheut kiwano

Kiwano rassen en soorten

Welke soorten kiwano zijn er? Kiwano is niet het meest bekende fruit, of de meest bekende groente. Wat het ook zal zijn, kiwano heeft een aantal namen gekregen. Zo heet kiwano in het Engels ook wel "horned melon". Zo komt de kiwano aan de naam die we hier ook wel eens gebruiken, gehoornde meloen dus. Ook wordt de kiwano wel eens stekelkomkommer of stekelmeloen genoemd.

Kiwano ziektes en plagen

Welke ziektes en plagen heeft kiwano last van? Van ongedierte is vrij weinig sprake. Wel zou je moeten oppassen voor schimmels. Met name bij kruipende planten of kiwano's in vochtige omstandigheden, kunnen last krijgen van schimmels op het blad. Meeldauw is niet ongebruikelijk bij kiwano planten en andere planten die familie zijn van de komkommer.

Kiwano teeltwijzen

Kiwano is een vruchtgewas. De ideale voorteelt is een bladgewas en de ideale nateelt is een wortelgewas of aardappelsoort, volgens de principes van wisselteelt. Hoe kweek je kiwano? Kiwano kweken doe je het beste langs een groot hekwerk, trellis of betongaas. Je kunt kiwano ook laten kruipen. Als je de ruimte niet hebt verwijder je een flink aantal zijscheuten. De plant kan namelijk ontzettend gaan woekeren als je dat toelaat.

Kiwano kan goed worden gecombineerd met (goede buren):
Biet

Kiwano kan slecht worden gecombineerd met (slechte buren):
Aardappel


Deel deze pagina

Win een kweekkas!

Schrijf je in en maak iedere maand kans op één van de twee kweekkasjes!

kweekkas winactie

Binnen zaaien in juni

Buiten zaaien in juni

In kas planten in juni

plant thumbnail

Yacón plant icon
Smallanthus sonchifolius

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Yacón is een meerjarige plant maar helaas niet winterhard, dus deze wordt doorgaans als éénjarige gekweekt. Het beste zet je de plant -net als de familieleden zonnebloem en aardpeer- in de volle zon. Je kweekt de broedbollen binnenshuis op en plant ze na ijsheiligen (half mei) buiten of in de kweekkas uit. Je kunt de planten dan gewoon in de grond zetten met voldoende afstand tot elkaar. De planten worden tevens erg groot (ongeveer 2 meter hoog).

Lees meer...

plant thumbnail

Watermeloen plant icon
Citrullus lanatus

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Deze exotische plant heeft veel warmte en veel zonlicht nodig. De teelt in een kweekkas wordt daarom sterk aanbevolen. Hoewel een watermeloen ook buiten de kweekkas gehouden kan worden, geeft dit vaak toch veel minder resultaat. De grootste kans op een redelijke oogst heb je als je de plant op een terras of balkon zet, aan de zuidzijde van het gebouw en vooral erg beschut en beschermd tegen harde wind. In de kweekkas blijft echter de makkelijkste manier. Dat komt omdat wind van buiten hier niet zo sterk binnen kan dringen, de temperaturen hoger zijn (en ook langer hoog blijven), de luchtvochtigheid bijna altijd hoger uitvalt dan buiten, en deze combinatie voor de watermeloen erg prettig is.

Eenmaal uitgezet in de kas (of in een ruime pot of bak) hebben watermeloenen iets nodig om langs omhoog te klimmen. Oorspronkelijk zijn het een soort kruipende planten, je kunt ze dus ook laten kruipen. Bedenk je dan wel dat het blad en de vruchten de grond raken en hierdoor gevoeliger zijn voor schimmels en ongedierte. Dat gezegd hebbende is het verstandig om een watermeloen langs betongaas, een hekwerk, trellis of zelfs een hele lange en stevige stok omhoog te laten klimmen. Dat kan eventueel ook schuin omhoog langs een speciaal diagonaal gemaakte constructie (maakt het ondersteunen wat makkelijker).

watermeloen klein

Watermeloenen kunnen groot, maar vooral erg zwaar worden. Het steeltje kan knappen als de vrucht aan de plant groeit, of de plant begeeft het en er worden delen van de plant losgetrokken door de veel te zware vrucht. Wat je hiertegen kunt doen is het verzamelen van netjes, bijvoorbeeld netjes van mandarijnen of andere verpakkingen. De netjes kan je om de groeiende watermeloen doen en met een touwtje langs het hekwerk (of het dak van de kas) vastbinden. Hiermee geef je de vrucht extra ondersteuning zodat deze de plant niet kan beschadigen. Of nog belangrijker, van de plant af knapt en stukvalt op de grond. Dat laatste is mij namelijk al eens overkomen en dat is enorm balen!

watermeloen vruchtbeginsel

Het bestuiven van de watermeloen is ook nog een dingetje. In tegenstelling tot de komkommer, moet de watermeloen wel echt bestoven worden. Anders krijgt deze namelijk geen vruchten, de bloemetjes met vruchtbeginsel vallen af als deze niet (goed) zijn bestoven. Veel insecten helpen je hierbij, maar door dit met de hand te doen weet je zeker dat alles goed gaat. Vooral in de kas is dat extra helpende handje nodig. Je kunt een wattenstaafje of kwastje gebruiken om stuifmeel over te brengen, maar je kunt ook de hele mannelijke bloem plukken en hiermee meerdere vrouwelijke bloemen bestuiven. De watermeloen is éénhuizig, wat erop neerkomt dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde plant groeien. De vrouwelijke bloemen herken je aan het kleine bolletje achter de bloem (zie de foto hierboven), dit wordt uiteindelijk de watermeloen. Mannelijke bloemen hebben dit vruchtbeginsel niet (zie de foto hieronder). Het steeltje van de mannelijke bloem is ook vaak langer en smaller.

watermeloen bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Muismeloen plant icon
Melothria scabra

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Muismeloen, ook wel "cucamelon" genoemd, is qua groei een beetje vergelijkbaar met de komkommer en de meloen. De plant groeit op de zelfde wijze, maar dan wel met een stuk kleinere blaadjes. De plant maakt ook hechtrankjes en heeft iets nodig om langs omhoog te klimmen. Je kunt de muismeloen langs een draad naar het dak van de kas laten groeien, langs een stok, een trellis of betongaas. Ook buiten de kas groeit het plantje best goed. Zet de muismeloen altijd op een plekje in de volle zon, de plant groeit slecht in de halfschaduw.

De muismeloen of cucamelon mag niet vóór half mei naar buiten. Het beste is om de plant voor je deze buiten zet eerst af te harden. Dat is het laten wennen aan de nieuwe omstandigheden. Zet de muismeloen eerst een paar uurtjes buiten in de warme zon, na enkele dagen een paar uurtjes langer. Net zo lang tot je de plant dag en nacht buiten kunt laten staan. Je kunt de muismeloen trouwens ook laten kruipen, net als meloenen en komkommers, maar bedenk je dan wel het volgende: Het blad, de vruchten en andere delen van de plant raken de -vaak vochtige- grond. De kans op schimmels en infecties neemt hierdoor enorm toe. Dit is te voorkomen door de weerstand van de plant te verbeteren (zie ook onder het kopje "voeding").

Eigenlijk is de cucamelon of muismeloen een meerjarig plantje. Ondergronds maakt het plantje een soort langwerpige knolletjes die wat de diepte in gaan, wat opvallend is voor dit soort plant. Muismeloen is makkelijk op te kweken uit zaadjes, maar wie het leuk lijkt kan de knolletjes overwinteren. Zet de pot of bak dan op een tamelijk warme en zeker vorstvrije plek gedurende de hele winter. In het voorjaar zullen de knolletjes opnieuw gaan uitlopen en groeit het plantje opnieuw uit. Je kunt dan mogelijk zelfs iets eerder oogsten dan wanneer je de muismeloen opkweekt uit zaadjes. De muismeloen of (cucamelon) hoeft niet met de hand te worden bestoven.

Bij de muismeloen of cucamelon is het extra belangrijk om op de omgeving te letten. De juiste temperatuur, niet te koud, maar ook niet te veel of te weinig water. Als de omgeving niet goed is zal de plant mogelijk toch bloemetjes maken, maar dan vallen deze af en groeien ze niet uit tot vruchtjes. Je kunt de beginnende vruchtjes herkennen aan het bloemetje met een vruchtbeginsel erachter, zoals op de foto hieronder.

muismeloen bloemen

Lees meer...

plant thumbnail

Aubergine plant icon
Solanum melongena

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

bloemen

Aubergine is niet de makkelijkste plant om te telen. De plant groeit in een kas het beste, buiten in de zon heb je minder kans op een goede oogst omdat de zomers vaak niet zo geschikt zijn. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het buiten niet kan, het vraagt gewoon iets meer aandacht. Nadat je de plantjes in de vensterbank hebt opgekweekt, wat bij de juiste temperatuur nog best makkelijk gaat, zet je ze na half mei in de kas waar ze verder kunnen groeien. Pas bij de bloei ontstaan vaak grote problemen, omdat de bloemen soms daarna gewoon van de plant vallen. Meestal is dit het gevolg van een te hoge luchtvochtigheid, wat normaal is in een kweekkas en soms ook tijdens een vochtige zomer. Het stuifmeel blijft dan plakken en "stuift" niet echt, waardoor de bestuiving niet vanzelf gaat. Het beste kan je aubergine dus een handje helpen, door deze met een wattenstaafje of een kwast te bestuiven. Dan weet je in ieder geval (bijna) zeker dat het goed gaat. Bij geen of een slechte bestuiving vallen de bloemen af en maakt de plant geen vruchten.

bloemen

Zorg dat je met het kwastje of wattenstaafje langs het gele deel van de bloem gaat, en daarna langs het kleine groene puntje in het midden. Wees extra voorzichtig en zorg dat er niets afbreekt of -valt. Als de bestuiving is gelukt blijft de bloem zitten. Een korte tijd daarna zie je het eerste kleine vruchtje al zitten zoals op de foto hierboven. Deze begint al direct bij de kleur die de aubergine hoort te hebben. De vrucht heeft wel enige tijd nodig om te groeien vanaf dat moment. Het exacte moment waarop je kunt oogsten lees je onder het kopje "oogsten".

Aubergines hebben verder veel warmte nodig, waardoor de kweekkas de beste keuze is om aubergines te planten. De plant kan prima in een pot worden gekweekt, maar zorg dan wel voor een ruime pot. Een aubergine wordt ongeveer net zo groot als een paprika en kan in een zelfde formaat pot staan. Bij warm en zonnig weer groeien de planten uiteraard het beste, maar zorg tevens voor een klein beetje bescherming op de plek waar ze staan. Harde wind is slecht voor de planten, evenals veel regen of water.

Lees meer...

Buiten planten in juni

plant thumbnail

Muismeloen plant icon
Melothria scabra

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Muismeloen, ook wel "cucamelon" genoemd, is qua groei een beetje vergelijkbaar met de komkommer en de meloen. De plant groeit op de zelfde wijze, maar dan wel met een stuk kleinere blaadjes. De plant maakt ook hechtrankjes en heeft iets nodig om langs omhoog te klimmen. Je kunt de muismeloen langs een draad naar het dak van de kas laten groeien, langs een stok, een trellis of betongaas. Ook buiten de kas groeit het plantje best goed. Zet de muismeloen altijd op een plekje in de volle zon, de plant groeit slecht in de halfschaduw.

De muismeloen of cucamelon mag niet vóór half mei naar buiten. Het beste is om de plant voor je deze buiten zet eerst af te harden. Dat is het laten wennen aan de nieuwe omstandigheden. Zet de muismeloen eerst een paar uurtjes buiten in de warme zon, na enkele dagen een paar uurtjes langer. Net zo lang tot je de plant dag en nacht buiten kunt laten staan. Je kunt de muismeloen trouwens ook laten kruipen, net als meloenen en komkommers, maar bedenk je dan wel het volgende: Het blad, de vruchten en andere delen van de plant raken de -vaak vochtige- grond. De kans op schimmels en infecties neemt hierdoor enorm toe. Dit is te voorkomen door de weerstand van de plant te verbeteren (zie ook onder het kopje "voeding").

Eigenlijk is de cucamelon of muismeloen een meerjarig plantje. Ondergronds maakt het plantje een soort langwerpige knolletjes die wat de diepte in gaan, wat opvallend is voor dit soort plant. Muismeloen is makkelijk op te kweken uit zaadjes, maar wie het leuk lijkt kan de knolletjes overwinteren. Zet de pot of bak dan op een tamelijk warme en zeker vorstvrije plek gedurende de hele winter. In het voorjaar zullen de knolletjes opnieuw gaan uitlopen en groeit het plantje opnieuw uit. Je kunt dan mogelijk zelfs iets eerder oogsten dan wanneer je de muismeloen opkweekt uit zaadjes. De muismeloen of (cucamelon) hoeft niet met de hand te worden bestoven.

Bij de muismeloen of cucamelon is het extra belangrijk om op de omgeving te letten. De juiste temperatuur, niet te koud, maar ook niet te veel of te weinig water. Als de omgeving niet goed is zal de plant mogelijk toch bloemetjes maken, maar dan vallen deze af en groeien ze niet uit tot vruchtjes. Je kunt de beginnende vruchtjes herkennen aan het bloemetje met een vruchtbeginsel erachter, zoals op de foto hieronder.

muismeloen bloemen

Lees meer...

Oogsten in juni

Snoeien in juni

plant thumbnail

Hazelnoot plant icon
Corylus avellana

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Hazelnoten zijn een van de weinige noten die hier in ons land weelderig kunnen groeien. Op vrijwel iedere plek aan de bosrand van een loofbos, doet de hazelnoot het goed. Op een plekje in de halfschaduw kan je een hazelaar goed planten, dat geldt zo wel voor de struik als boom variëteit. De boom maakt een mooie, recht opgaande stam met bovenin vertakkingen. De struikhazelaar maakt vanuit de kern in de grond veel verschillende vertakkingen. De takken zoeken naar licht en groeien in de richting van het licht omhoog. Onderschat de struikhazelaar niet, want ook deze kan heel erg groot worden, net zo groot of misschien zelfs groter als de boomhazelaar als de struik voldoende ruimte krijgt. Het is dan ook nodig om de hazelaar met regelmaat flink terug te snoeien.

De bestuiving van hazelnoten is nog wel een dingetje. Voor zo ver mij bekend is, is de hazelnoot zelfbestuivend. De hazelaar maakt zogenoemde "katjes", lange sliertjes van bloemen die naar beneden hangen, maar ook vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zijn heel klein en hebben een paars/rood pluimpje. Stuifmeel wordt door de wind verspreid over de hele hazelaar en hazelaars in de omgeving, en komt terecht op de pluimpjes van de hele kleine vrouwelijke bloemetjes. De vrouwelijke bloemetjes zullen vervolgens gedurende de hele zomer uitgroeien tot hazelnoten. Soms gebeurd het dat een hazelnoot maar heel weinig katjes maakt. Zo zaten hier ooit aan een kleine, jonge hazelaar maar twee katjes. Wel heel veel vrouwelijke bloemetjes, en dat was leuk. In dit geval helpt het als er nog een tweede hazelaar bij staat die ook katjes maakt. Je kan eventueel katjes van (wilde) hazelaars uitschudden in een potje of bakje, en het opgevangen stuifmeel verspreiden over de bloemetjes van je eigen hazelaar. Gelukkig is dat meestal niet nodig, maar soms zit er een jaar tussen dat het iets minder goed gaat.



Lees meer...

Nieuw toegevoegde planten

plant thumbnail

Vanille plant icon
Vanilla planifolia

plant icon
plant icon
plant icon
plant icon

Vanille is een tropische, klimmende orchidee die in landen van oorsprong tot wel 15 meter hoog kan worden. De teelt van vanille is ook mogelijk in ons klimaat, maar dan wel in goed verwarmde kassen of binnenshuis. De temperatuur moet altijd boven de 18 graden (kamertemperatuur) blijven en de 15 meter zal deze zeer waarschijnlijk niet halen. Commercieel is de teelt van vanille niet rendabel genoeg, maar voor de hobbyist is het natuurlijk een schitterende uitdaging. En dit laatste, een uitdaging, dat is het zeker! Niet omdat de algemene verzorging van de plant erg ingewikkeld is, maar vooral omdat je de juiste omgeving moet creëren en behouden om de plant te laten groeien, bloeien èn vruchten te laten maken.

Vanille is een klimmende plant die dus vanzelfsprekend ondersteuning nodig heeft. Het beste werkt het om een houten hekwerk te gebruiken, al wordt dit voor de meeste mensen lastig omdat zij geen verwarmde kweekkas of serre hebben waar de temperatuur hoog genoeg blijft. Bij de teelt in potten kan je zelf een houten ondersteuning maken voor je vanille orchidee. Dit is nodig om te zorgen dat de plant zich goed kan ontwikkelen. Laten kruipen is niet verstandig en maakt de verzorging onnodig moeilijk, en eventuele bloemen kwetsbaarder.

Naast het kiezen van de juiste bodem en voeding (zie de kopjes bodem en bemesting), is het ontzettend belangrijk om je plant niet te veel water te geven. Hier kunnen orchideeën, en dus ook de vanille orchidee, heel slecht tegen. Geef dus steeds een beetje water. Wat wel goed kan helpen en wat de plant erg prettig zal vinden, is het besproeien van de plant met een fijne nevel. Hiermee geef je het idee van een hoge luchtvochtigheid, wat erg gunstig is voor de plant die luchtwortels maakt om vocht uit de lucht te halen. Dit heeft alles te maken met de tropische afkomst van de vanille orchidee.

Bloeien zal de plant op de eerste plaats niet zo snel doen, maar met de juiste verzorging verhoog je de kans op bloeien enorm. Als eerste moet de plant ten minste 2 of 3 jaar oud zijn voor deze kan gaan bloeien. Als het dan zo ver is, zal je de plant zelf moeten bestuiven om kans te maken op een (vaak kleine) oogst. Ik zeg daarbij ook nadrukkelijk "kans op bloeien" en "kans op een oogst" omdat deze uitdaging niet te onderschatten is. De plant doet dit nu eenmaal niet zo snel in een vreemde omgeving. Om de bloemen te bestuiven moet je het bloemvlies doorbreken met een scherp voorwerp. Doe dit heel voorzichtig! Vervolgens druk je de mannelijke pollen en de vrouwelijke stempels tegen elkaar.

Let bij het bestuiven goed op de timing. Dit is erg belangrijk, want als de plant bloeit dan is dit maar heel kort. Bovendien bloeit de plant eigenlijk alleen maar in de ochtenden. Dit kan al vanaf een uur of 6 in de ochtend gebeuren, maar in de middag zijn de bloemen al lang en breed verwelkt. Zoals je begrijpt zal je er dus heel snel bij moeten zijn en moet je de plant in de gaten houden als je het vermoeden krijgt dat deze wel eens kan gaan bloeien. Wees daarom alert. Zonder de bloemen te bestuiven vallen ze af en kan je geen vanille oogsten.

Het is misschien leuk om te weten dat de vanille orchidee niet alleen klimt langs andere bomen en planten, maar ook in sommige gevallen zelfs volledig het contact met de grond kwijtraakt. Wanneer de luchtwortels voldoende voedingsstoffen op kunnen nemen heeft de plant de wortels in de grond niet langer nodig. Deze leeft in zo'n geval volledig op mineralen en vocht uit de lucht.

Lees meer...

footer wave afbeelding